terug  begin  prepost
[p. 59]

Literatuurlijst

I. De Nederlanden

1. Doopnamen.

P. Leendertsz Wz., Lijst van Nederlandsche voornamen. (De Navorscher, XVIII, 1868, blz. 40-50, 100-109, 166-176, 224-225, 324-327, 366-370, 408-411, 476-483, 529-532, 582-585, 617-621; XXII, 1872, blz. 520-542, 562-579, 606-626).
G.J. Boekenoogen, Onze voornamen. (De Gids, jg. 54 (1890), dl. III, blz. 448-476).
J.J. Graaf, Nederlandsche doopnamen naar oorsprong en gebruik. Bussum, 1915.
J. Mansion, Oud-Gentsche naamkunde. Bijdrage tot de kennis van het Oud-Nederlandsch. 's-Gravenhage, 1924, blz. 298-317: Register van eigennamen (persoons-, plaats-, volksnamen).
Alphabetische lijst van Middelnederlandsche doopnamen. (Jaarboek der Kon. Vlaamsche academie voor taalen letterkunde, XVI, 1902, blz. 31-54). Ook afzonderl. verschenen o.d.t.: Lijst der in Zuid-Nederland meest gebruikelijke voornamen, uitgegeven vanwege de Kon. Vlaamsche Academie. Gent, 1902.
Johan Winkler, Friesche naamlijst (Onomasticon Frisicum). Leeuwarden, 1898. (Friesch Woordenboek door Waling Dijkstra en F. Buitenrust Hettema, dl. IV).

2. Familienamen.

Johan Winkler, De Nederlandsche geslachtsnamen in oorsprong, geschiedenis en beteekenis. Haarlem, 1885.
J. Winkler, Studiën in Nederlandsche namenkunde. Haarlem, 1900.
G.J. Boekenoogen, De Zaansche volkstaal. Bijdrage tot de kennis van den woordenschat in Noord-Holland. Leiden, 1897. Blz. CXVI-CXVIII: Lijst van Zaanse familienamen.
G. van Hoorebeke, Etude sur l'origine des noms patronymiques flamands. Bruxelles, 1876.
Th. van Rheineck Leyssius, Middeleeuwsche geslachtsnamen. (De Nederlandsche Leeuw, LXI (1938), kol. 434-439).
O. Postma, Over het ontstaan der oudste Friesche geslachtsnamen. (Saxo-Frisia, III, 1941, blz. 8-17).
[p. 60]
W. Draaijer, Persoonsnamen voorkomende in de Cameraarsrekeningen van Deventer van 1337-1393. (Tijdschrift voor Nederl. taal- en letterkunde, dl. 36 (1937), blz. 177 197).

3. Bronnen.

Johan E. Elias, De vroedschap van Amsterdam 1578-1795. Haarlem, 1903-1905. 2 dln.
P.D. de Vos, De vroedschap van Zierikzee van de tweede helft der 16e eeuw tot 1795. Middelburg, 1931.
R.A. Parmentier, Indices op de Brugsche poorterboeken. I. (1418-1450). II. (1450-1794). Brugge, 1938. 2 dln.
Nederland's Adelsboek. I (1903) - ...
Nederland's Patriciaat. I (1910) - ...
Heraldieke Bibliotheek. I-V en N.R., I-V (1872-1883).
Nederlands Familiearchief. I-XVIII (1878-1884).
Maandblad van het genealog. herald. genootschap ‘De Nederlandsche Leeuw’. I (1883) - ...
Algemeen Nederlandsch Familieblad. I-XVII (1884-1905).
De Nederlandsche Heraut. I-VIII (1884-1897).
De Wapenheraut. I-XXIV (1897-1920).
De Li(e)baert. I-IV. (1936-1939).
Nederlandsch Archief voor Genealogie en Heraldiek. I-III (1938-1940).
Sibbe. I (1941) - ...

 

In al deze periodieken vindt men de verklaring van tal van Nederlandse familienamen.

Als verdere bronnen voor de studie van de Nederlandse doop- en familienamen komen in aanmerking: de doop-, trouwen begraafboeken (de retro-acta van de burgerlijke stand), de registers van de burgerlijke stand, middeleeuwse stadsrekeningen (die voor een aantal steden, b.v. Dordrecht, Rotterdam, Deventer, Middelburg, Nijmegen, zijn uitgegeven), rekeningen van de grafelijkheid, de bisdommen, van kloosters en andere gestichten enz. Voor de nieuwe tijd zijn de adresboeken een waardevolle bron.

4. Bijzondere onderwerpen.

A. Vrieze, De strijd om de geslachtsnamen. Alphen aan den Rijn, 1940.
P. Vinc. van Wijk, Ord. Carm., Boerderijnamen. Over hun oorsprong, geschiedenis en beteekenis. Oldenzaal 1927.
Jan Lindemans, Het praefix ver in familienamen. (Verslagen en mededeelingen van de Kon. Vlaamsche academie voor taal- en letterkunde, 1940, blz. 263-276).

 

Voor de kennis van het Nederlands uit een vroegere periode raadplege men het grote Woordenboek der Nederlandsche taal ('s-Gravenhage, 1882-), dat tot de letter S voltooid is; voor het Middelnederlands het Middelnederlandsch Woordenboek van E. Verwijs en J. Verdam ('s-Gravenhage, 1885-1929) of het Mid-

[p. 61]

delnederlandsch handwoordenboek van J. Verdam ('s-Gravenhage, 1911), met supplement van C.H. Ebbinge Wubben ('s-Gravenhage, 1932).

II. Duitschland en Zwitserland

1. Doop- en familienamen.

Wilhelm Tobler-Meyer, Deutsche Familiennamen nach ihrer Entstehung und Bedeutung, mit besonderer Rücksichtnahme auf Zürich und die Ostschweiz. Zürich, 1894.
Friedrich Kluge, Deutsche Namenkunde. Leipzig, 1917.
A. Baehnisch, Die deutschen Personennamen. 3te Auflage. Leipzig u. Berlin, 1920.
J.K. Brechenmacher, Deutsches Namenbuch. Stuttgart, 1928.
J.K. Brechenmacher, Deutsche Sippennamen. Görlitz, 1936.
E. Hertel, Die deutschen Familiennamen. Bremen u. Berlin, 1935.
K. Linnartz, Unsere Familiennamen. Berlin u. Bonn, 1940.
Adolf Bach, Deutsche Eigennamen in volkskundlicher Betrachtung. Handbuch der Deutschen Volkskunde, herausgegeben von Wilhelm Peszler. III. (Potsdam, 1937), S. 321-373.

2. Doopnamen.

A. Socin, Mittelhochdeutsches Namenbuch. Nach oberrheinischen Quellen des 12. und 13. Jahrhunderts. Basel, 1903.
A.F.C. Vilmar, Deutsches Namenbüchlein. 8te Auflage. Marburg, 1926
F.R. Arnold, Die deutschen Vornamen. 2te Aufl. Wien, 1901.
E. Wasserzieher, Hans und Grete. 9te Aufl. Berlin, 1939.
E. Wentscher, Die Rufnamen des deutschen Volkes. Halle, 1928.
Max Gottschald, Die deutschen Personennamen. Leipzig, 1940.
E. Förstemann, Altdeutsches Namenbuch. I. Personennamen. 2te Aufl. Bonn, 1900.
M. Schönfeld, Wörterbuch der altgermanischen Personen- und Völkernamen. Heidelberg, 1911.

3. Familienamen.

W. Tobler-Meyer, Deutsche Familiennamen nach ihrer Entstehung und Bedeutung. Zürich, 1894.
A. Heintze, Die deutschen Familiennamen geschichtlich, geographisch, sprachlich. 7te Auflage, herausgegeben von Paul Cascorbi. Halle (Saale), 1933.
Max Gottschald, Deutsche Namenkunde. Unsere Familiennamen nach ihrer Entstehung und Bedeutung. München, 1932.
H. Bahlow, Deutsches Namenbuch. Neumünster i.H., 1933.
Familiennamenbuch der Schweiz. Les noms de familie suisses. I nomi di famiglia svizzeri. Zürich, 1940- ... (nog niet voltooid).
[p. 62]

Een aantal monografieën over de familienamen van de verschillende Duitsche landschappen vindt men opgesomd bij Bach, Handbuch der Deutschen Volkskunde, III, S. 369-370.

III. Engeland.

M.A. Lower, Patronymica Britannica. London, 1860.
H.B. Guppy, Homes of family names in Great Britain. London, 1890.
M.A. Lower, English surnames. London, 1875. 2 tom.
C.W. Bardsley, A dictionary of English and Welsh surnames. London, 1901.
C.W. Bardsley, English surnames. London, 1901.
Henry Barber, British family names. Their origin and meaning. 2. ed. London, 1903.
H. Harrison, Surnames of the United Kingdom. London, 1912-1918.
E. Weekley, Surnames. London, 1917.

IV. Frankrijk

Eugène Ritter, Les noms de famille. Paris, 1875.
Lorédan Larchey, Dictionnaire des noms. Paris, 1880.
M. Grammont, Les noms de famille des habitants de la France. Montpellier, 1906.
Albert Dauzat, Les noms de personnes. Origine et évolution. 3me éd. Paris, 1928.
Kurt Plewka, Zur Geschichte der französischen Vornamen. Greifswald, 1938.

prepostterug  begin