terug  begin  verderprepost
[p. 316]

Boekaankondiging.

Officiële Bescheiden betreffende de dienst van Multatuli als Oost-Indies ambtenaar door P.M.L. de Bruyn Prince. Tweede vermeerderde druk. Max Havelaar op de Westkust van Sumatra. (Amersfoort - G.J. Slothouwer - 1910). (Prijs ƒ 2.90).
Uit de Ideën van Multatuli, uitgegeven door Dr. J. Prinsen J.Lzn. Zwolsche Herdrukken No. 24. (Zwolle - W.E.J. Tjeenk Willink - 1910). Prijs ƒ 0.50, geb. ƒ 0.75).
Over Multatuli als Auteur, in het bijzonder als navolger van Alphonse Karr door P.M. Westra. (Amersfoort - G.J. Slothouwer - 1910).

Behalve menig tijdschrift-artikel bracht het jaar van Multatuli-herdenking de drie bovengenoemde werken. De belangrijke publicatie van De Bruyn Prince, als oud-resident alleszins bevoegd, geeft meer dan de titel belooft. De doorlopende toelichting en de vele noten stellen de lezer in staat, de ambtelike loopbaan van Douwes Dekker te volgen en de historiese achtergrond van de Max Havelaar te leren kennen. Voor een toekomstige biograaf is dit werk onmisbaar. De schrijver heeft moeite noch kosten ontzien om zijn verzameling zo volledig en akkuraat mogelik te maken. Zijn ‘tweede druk’ (eigenlik een derde) werd feitelik een geheel nieuwe uitgave.

De Bloemlezing van de Multatuli-kenner Prinsen verdient eveneens een warme aanbeveling. Een degelike Inleiding van 22 blz. getuigt van oprechte waardering, maar ook van onbevangen kritiek. De studerende lezer wordt daardoor inderdaad ingeleid in de grillige letterkundige nalatenschap van deze vergode en verafschuwde schrijver. De laatste bladzijden geven bibliografiese mededelingen. Bij de keuze is Woutertje Pietersen bevoorrecht. Een reeks nuttige Aantekeningen aan het slot vergemakkeliken de lektuur.

In zijn studie over Multatuli en de Romantiek1) heeft Prinsen door een reeks opmerkelike parallellen aangetoond dat Multatuli's ideeën in nauw verband staat met die van de bekende romantiese auteurs in Duitsland, Frankrijk en Engeland. P.M. Westra deed nu een aardige vondst, toen hij sterke overeenkomst ontdekte tussen Multatuli en Alphonse Karr, de auteur van Les Guêpes (1839). Maar in plaats van deze ontdekking bekend te maken in een artikel, ter versterking van Prinsen's betoog, doet hij alsof de studie van

[p. 317]

Prinsen nooit geschreven is, en spint hij zijn parallellen-reeks uit tot een boek, waarvan de lengte onevenredig is met de belangrijkheid. Door Karr's invloed te beschouwen buiten verband met de vele andere invloeden, komt hij tot een overschatting, waardoor het de schijn krijgt alsof Multatuli bijna al zijn denkbeelden bij elkaar plunderde uit dit Franse geschrift. In hoever wij hier met ‘navolging’ te doen hebben, heeft Prinsen onlangs nog eens helder uiteengezet.1) Deze studie kan dus slechts aanspraak maken op een zeer bescheiden plaats in de Multatuli-litteratuur.

C.d.V.

1)Vgl. De Nieuwe Taalgids III, 311.
1)In de Augustus-afl. van De Beweging.
prepostterug  begin  verder