terug  begin  verderprepost
[p. 139]

Warenar, vs. 474 vlgg.

Lecker vertelt:

 
Doe 't nu so veer was dat by hem self al had deur e schreven,
 
Warnar Neef, denckt omje ziel, seyde doe zijn oude Nift,
 
Of men om een Heer-oom liep, die jou een woortje seyde uyt de Schrift:
 
Want 't is mitje al dood' stroom, jou leven is an 't ebben,
 
Hij soud' (seyd hy) al een Daelder willen hebben,
 
En daerom bleef het achter, wat dunckje van sulcken vreck?

In de uitgaaf der Zwolse Herdrukken tekent Leendertz aan: ‘Heer-oom: “predikant”; vgl. Vondel's Rommelpot, waar men bovendien nog paap en pfarheer voor een protestantsch geestelijke gebruikt vindt. Een katholiek geestelijke wordt ook niet gehaald om een woortje uyt de Schrift te zeggen, maar om de H. Sacramenten te bedienen’! Tegen Leendertz' opvatting van heeroom als predikant, heb ik de volgende bezwaren. In de eerste plaats dan gaat de verwijzing naar Vondel's Rommelpot van 't Haenekot niet op, omdat het woord daar, evenals paap, bij wijze van hatelikheid gebruikt wordt aan het adres van de Contra-Remonstrantse predikanten. Die hatelike betekenis is in het zinsverband bij Hooft buitengesloten. In de tweede plaats komt voor zover ik weet bij de oudere schrijvers nergens heeroom voor in de betekenis van predikant, zodat het gebruik in de Warenar geheel op zich zelf zou staan. In de Sneldichten van Huygens b.v., waar herhaaldelik sprake is van predikanten en pastoors, worden alleen de laatsten heeroom genoemd, en zoo ook in de kluchten. Maar van de andere kant pleit voor de mening van Leendertz ongetwijfeld dat ‘woortje uyt de Schrift.’ Nu zou ik nog op een derde mogelikheid willen wijzen. Kan heeroom hier ook worden opgevat in de betekenis van krankenbezoeker? Zo'n krankenbezoeker hielp de predikant het ziekenbezoek te doen, en werd door deze betaald, soms met subsidie van de Staat; ook werd hem zijn bezoek betaald door degeen, die hem liet roepen. (Vgl. een aantekening van Mej. G.F.C. van Nop in de Bloemlezing uit de Brieven van Hooft, Pantheon, bl. 70). Dan zou meteen duidelik zijn waarom Warenar zo'n ziekentrooster niet aan zijn bed wilde hebben: hij had nl. geen daalder over voor een ‘Hemelsch troosjen.’ Meer plaatsen uit oudere schrijvers kunnen hier alleen het nodige licht verschaffen.

 

K. Poll.

Leeuwarden.

prepostterug  begin  verder