gepubliceerd op 9 augustus 2017
Dames in Data: Vrouwenboekhandel GAIA – 1978

In mei 2018 herdenkt de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde dat 125 jaar geleden vrouwen werden toegelaten tot de Maatschappij. Al eerder waren er ereleden benoemd, zoals Geertruida Bosboom Toussaint in 1870, maar in 1893 werden de eerste dertien talentvolle vrouwen ‘gewoon lid’. Om de paar weken kunt u op deze website een blog verwachten over memorabele momenten in de literaire vrouwengeschiedenis. Vijfentwintig talentvolle vrouwen met een belangwekkende inbreng in de letterkunde, taalkunde of geschiedenis krijgen zo een digitaal monument. Deze keer Susanne Onel over vrouwenboekhandel GAIA:

 

GAIA

1978: Opening Feministische Boekhandel GAIA in de Pieterskerkchoorsteeg te Leiden

 

Door Susanne Onel

 

In 1977 verschenen in Nederland de feministische ‘bijbels’ De schaamte voorbij van Anja Meulenbelt, die onder meer de uitspraak deed: ‘alle vrouwen zijn lesbisch behalve zij die het nog niet (durven te) weten’, en Zit je goed? Feminisme als therapie van Suzanne Katier. Boeken die iedere ‘bewuste’ vrouw absoluut móést lezen. In de jaren daarvoor had een groot aantal publicaties wereldwijd al de nodige opschudding veroorzaakt. Denk aan Fear of Flying/Het ritsloze nummer (1973) van Erica Jong, My secret Garden/Diepe gronden (1973) van Nancy Friday en The Hite Report on Female Sexuality (1976) van Shere Hite. Al deze boeken predikten bewustwording van en opstand tegen de bestaande opvattingen over de rol van de vrouw, over seksualiteit, relaties (‘Je gaat niet met je onderdrukker naar bed’) en sociale verhoudingen, en hadden een enorme impact op zeer veel vrouwen.

 

Tweede Feministische Golf

De Tweede Feministische Golf was in alle hevigheid aan de gang! Activiteiten door en voor vrouwen schoten als paddenstoelen uit de grond. Zo had je in Nederland al vanaf 1968 MVM (Man Vrouw Maatschappij), de vereniging die gelijke ontplooiingskansen van mannen en vrouwen wilde bevorderen. Marie, word wijzer! en Het persoonlijke is politiek waren opwekkende strijdkreten. In 1969 werd de feministische actiegroep Dolle Mina opgericht, die onder andere streed voor de legalisering van abortus. De ‘ludieke’ Baas-in-eigen-Buik-actie tijdens een gynaecologencongres in Utrecht (1970) kreeg enorme media-aandacht. Overal floreerden de vrouwenpraatgroepen. Nieuwe actiegroepen timmerden aan de weg, zoals Wij Vrouwen Eisen, de radicaal-lesbische Paarse September, VOS-groepen (Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving), Vrouwen tegen Verkrachting, SelfHelp-groepen, FORT-groepen (Feministische Oefengroepen op basis van Radikale Therapie), enzovoort enzovoort. In 1972 kwam het ‘radicaal-feministische’ maandblad OPZIJ uit. Lesbische vrouwen hadden hun blad SEK. In 1974 opende in Amsterdam het eerste Blijf-van-mijn-Lijf-huis zijn deuren. In 1975 begon filmdistributeur Cinemien. Er kwamen feministische uitgeverijen zoals De Bonte Was en SARA. Je had het Vrouwenvertaalcollectief. Vanaf 1975 verscheen Lover, het Driemaandelijks Literatuuroverzicht voor de Vrouwenbeweging. En overal waren er Vrouwencafés en Vrouwenhuizen, die weer velerlei activiteiten organiseerden, waaronder de uitgave van Vrouwenkranten en Nieuwsbrieven. Zo ook in Leiden.

Een van die activiteiten in het Leidse Vrouwenhuis was de literatuur-/leesgroep geleid door Hannes Meinkema, schrijfster van onder andere de roman En dan is er koffie (1977). Hier lazen de deelneemsters romans uit de wereldliteratuur die door vrouwen waren geschreven: Jane Austen, de Brontë sisters, George Eliot, Amalie Skram, Kate Chopin, Virginia Woolf, Doris Lessing, Sylvia Plath, Beryl Bainbridge, Loekie Zvonik, Margaret Drabble, Monika van Paemel… En al die mooie romans konden de vrouwen kopen in de ‘Feministische Boekhandel’ GAIA, die op 4 november 1978 was geopend in de Pieterskerkchoorsteeg te Leiden.

 

Gaia

 

Feministische Boekhandel GAIA

GAIA was niet de eerste vrouwenboekhandel in Nederland; zo waren Xantippe in Amsterdam (1976) en De Feeks in Nijmegen (1977) haar voorgegaan. Een groepje van zes vrouwen werkte een jaar lang aan de voorbereiding. Dat ging gepaard met felle discussies en veel lachbuien over de te volgen weg!

Allereerst de naam van de winkel: na eindeloos gedelibereer werd het ‘GAIA’, Aarde, de oermoeder uit de Griekse mythologie, een naam die in tegenstelling tot haar Amsterdamse en Nijmeegse zusjes geen enkele strijdbaarheid uitstraalde. Een principiëlere kwestie was: noemen we de winkel neutraal ‘vrouwenboekhandel’ of plakken we er het etiket ‘feministisch’ op. In deze zaak wonnen uiteindelijk de ‘preciezen’ in de groep het pleit: GAIA werd een ‘feministische’ boekhandel. Een ander probleem was: mogen mannen straks wel naar binnen? Op dit punt kregen de ‘rekkelijken’ hun zin: mannen zouden gewoon naar binnen mogen en boeken kunnen kopen. Er waren echter, zeker de eerste tijd, maar heel weinig mannen die zich naar binnen waagden. En als dan eens een aardige man de stoute schoenen aantrok, stond hij zwetend en trillend van de zenuwen in de winkel, in weerwil van de vriendelijke bejegening door de dienstdoende vrouwen. Ook Maarten ’t Hart (die in 1982 het essay De vrouw bestaat niet zou schrijven) durfde niet naar binnen, ondanks zijn nieuwsgierigheid zoals hij toegaf, maar maakte in de NRC wel meteen een paar snerende opmerkingen over die pas geopende vrouwenboekhandel in Leiden.

De uiteindelijk belangrijkste, want inhoudelijke, kwestie was: welke boeken gaan we verkopen? Twee literatuurminnende, ‘rekkelijke’ vrouwen deden de eerste jaren de inkoop, een voor de Nederlandse romans, een voor de buitenlandse. Zij hanteerden als (nagenoeg) enig criterium: de auteur moet een vrouw zijn. En zo stonden Anna Blaman, Simone de Beauvoir en Andreas Burnier zusterlijk naast schrijfsters als Anna Maria van Schurman, Jo Boer en Cornelie Noordwal.

Een sterk groeiende afdeling in de winkel bevatte de zogenoemde ‘vrouwenboeken’, met onderwerpen als vrouw en sociologie, vrouw en werk, vrouw en macht, vrouw en seks, de vrouw in de mannenmaatschappij, vrouwen en hun lichaam, moederschap en feminisme, etc. etc. Aan de universiteiten, ook aan de Leidse, kwamen de ‘vrouwenstudies’, met eigen hoogleraren, op. Voor deze colleges waren ‘vrouwenboeken’ nodig, die de Leidse studenten dan mooi bij GAIA konden kopen. Ook leidde de vrouwenbeweging er onder meer toe dat veel vrouwen naar de sociale academie gingen, waar aan vrouwenkwesties veel tijd en aandacht werd besteed. En natuurlijk leidde dit weer tot allerlei aan te schaffen vrouwenlectuur.

Niet slechts boeken en vrouwentijdschriften werden in GAIA verkocht, ook buttons, stickers, folders, flyers en affiches waren rijkelijk aanwezig. Ter inzage lag er een steeds dikkere stapel afstudeerscripties over vrouwenzaken. En altijd waren er vrouwen in de winkel, niet alleen de dienstdoende vrijwilligsters, maar ook degenen die GAIA gebruikten als ontmoetingsplek en informatiecentrum.

 

IIAV01_0287_T

Terugblik

GAIA heeft ruim tien jaar bestaan; toen moest ze haar deuren sluiten. Het werd wat al te rustig in de zaak. Blijkbaar was er steeds minder behoefte aan zo’n gespecialiseerde boekhandel; bij de ‘gewone’ boekwinkels waren inmiddels alle boeken op vrouwengebied verkrijgbaar. En de strijdbaarheid van vrouwen was geluwd; op veel – niet alle – terreinen hadden ze, gedeeltelijk of grotendeels, hun doel bereikt.

Als je vanuit het heden kijkt naar die jaren 1970 en 1980, dan vallen die enorme betrokkenheid en onstuitbare energie van vrouwen op. Natuurlijk was niet alles rozengeur en maneschijn: principiële rigiditeit, gebrek aan humor en relativering, mannenhaat, overassertiviteit, kritiek op ‘vrouwelijke’ vrouwen en dergelijke, waren geen prettige verschijnselen, maar het is helaas nu eenmaal een wetmatigheid dat een revolutie, een verandering van opvattingen en verhoudingen, slechts kan slagen door overkill en door (te) luid geschreeuw. De vrouwenbeweging heeft globaal gezien heel veel positiefs voor heel veel vrouwen opgeleverd. Feministische Boekhandel GAIA heeft daar haar steentje aan bijgedragen.

 

Verder lezen

Gaia werd, met drie andere vrouwenboekhandels in Zuid-Holland, in 1985 beloond door de Culturele Raad van Zuid-Holland. Hetty Hendrikx, Liefdewerk, nieuw papier: vrouwenboekhandels in Zuid-Holland. Den Haag, Culturele Raad Zuid-Holland, 1985 (via Atria). De feministische journalistiek blijft in beweging. Het tijdschrift Lover is inmiddels een online platform.

 

(Foto oprichtsters GAIA: Anja de Wit)