Coen van 't Veer (Zierikzee 1968) studeerde Nederlands in Leiden. In 2013 werd hem de 'NWO promotiebeurs voor docenten' toegekend voor het schrijven van 'De kolonie op drift', een dissertatie over het koloniaal discours in fictie over de reis tussen Nederland en Indië in de periode 1850-1940. Hij publiceert geregeld over koloniale literatuur en is penningmeester en redacteur van Indische Letteren. Samen met Gerard Termorshuizen werkt hij aan een biografie over de Indische journalist en persmagnaat D.W. Berretty (1891-1934) en aan een verzameling columns van Herman Salomonson (1892-1942) over het Indisch leven in Den Haag in de jaren dertig van de vorige eeuw.
de columns van Coen van ’t Veer:
recente columns:
gepubliceerd op 2 juni 2017
Vier eeuwen Zeeuwen in Azië

Bij mijn opa Van ’t Veer, die op Slabberwerf in Zierikzee woonde, hing boven de bestekkast een schilderij van een dessa. Het was gemaakt door een medewerker – toen zei men ‘knecht’ – van zijn timmermansbedrijf die ten tijde van de politionele acties in Indonesië had gediend. In een kast lag een groot boek met zwart-witfoto’s van ‘Mooi Indië’. Bij mijn opa en oma Verbeem hing op de Prins Bernhardstraat 1 in Middelburg boven de schouw een kris die ooit als betaling voor een drankrekening was aanvaard door mijn grootvader in de tijd dat deze nog kroegbaas was in Oost-Souburg. Dat waren in mijn jeugd de enige drie zichtbare tekens van Indië. Geen enkel familielid was ooit in de Oost geweest. Mijn vader verkocht het ‘Mooi Indië’-boek aan De Slegte op het moment dat ik mij voor de geschiedenis en literatuur van de voormalige kolonie ging interesseren. Later kreeg ik een map met prachtige afbeeldingen van Indische aquarellen als ‘backpay’ ervoor terug.

Mijn familie had niet zoveel met Indië, behalve dan dat mijn Middelburgse grootouders tijdelijk niet meer met het spoor durfden te reizen na de twee treinkapingen. Dat was op zich vreemd, want zij hadden jarenlang met de Molukse collega en vriend van mijn vader, Manu Lawalata meegereden van Middelburg naar onze woonplaats Wissenkerke en zij konden het uitstekend met hem vinden. Op de Veerse Gatdam kwam hij jammerlijk om bij een noodlottig ongeluk, net toen mijn opa en oma een keer niet bij hem in de auto zaten. Mijn broer werd als eerbetoon vernoemd naar Manu; hij kreeg als tweede naam ‘Immanuel’.

In Zeeland wonen tamelijk veel mensen die zich verbonden voelen met Azië. De band tussen Zeeland en Azië is sterk en al vier eeuwen oud. Vanaf het eerste uur trokken Zeeuwen naar de Oost. In Middelburg was een belangrijke VOC-kamer gevestigd. Zeeland leverde missionarissen en een minister van Koloniën. In Zeeland leven nog steeds veel mensen met Indische wortels, getuige de goed bezochte bijeenkomsten van Pelita en buitenkampers. Bovendien wonen op Walcheren nog steeds veel goed geïntegreerde Molukse mensen met een Zeeuws elan. Slechts weinigen weten dat zij in 1953 vooraan stonden om mee te helpen de dijken te verstevigen, toen in Zeeland de nood het hoogst was. Voor wie daarover meer wil lezen, hebben Henk Smeets en Corzas Naruwu het boek Molukkers in Zeeland 1951-2009 geschreven.

Op 17 juni wordt er in Goes een symposium gehouden dat in dit teken staat van Zeeuwen die over de Oost hebben geschreven. In zeven lezingen wordt vierhonderd jaar overspannen. Peter Eldering spreekt over de Goese Jezuïet Gaspar Berze, Jahan Francke over VOC-onderkoopman Gregory Herklots, Paul van de Velde over de planter en minister van Koloniën Isaäc Dignus Fransen van de Putte, zelf kom ik aan het woord over de kinderboekenschrijver Jacob Stamperius, Frank Okker vertelt over Willem Walravens heimwee naar Zeeland, Colinda Verhelst over de vriendschap tussen Hans Warren en Maria Dermoût en Olf Praamstra besteedt aandacht aan de Molukse schrijfster Sylvia Pessireron. Het symposium wordt gehouden in de torenzaal van Slot Oostende. De toegang is gratis. Sommige mensen denken dat dit voor Zeeuwen erg belangrijk is, maar ik weet wel beter als ik mijn map met Indische aquarellen doorblader.