Aart G. Broek (1954), werkte langdurig op Curaçao en promoveerde op een onderzoek naar de propagandapraktijk van de rooms-katholieke missie op de Benedenwindse eilanden. Broek is auteur van onder meer 'De kleur van mijn eiland; ideologie en schrijven in het Papiaments' (2006), 'Geboeid door macht en onmacht; De geschiedenis van de politie op de Nederlands-Caribische eilanden' (2011) en 'Dwarsliggers; Tegenspraak onder schaamteloos leiderschap' (2013).
de columns van Aart G. Broek:
recente columns:
gepubliceerd op 24 april 2017
Van ‘motyo’ tot moderne klassieker

Naar prostituees en hun werkzaamheden in de voormalige Caribische koloniën deed ik geen uitgebreid onderzoek. Wel maakte ik mij onvermijdelijk een voorstelling van het leven van publieke vrouwen. Ik droeg een stereotypisch beeld mee, zoals van het leven van Wilhelmina Angelica Adriana Merian Rijburg: getekend door het leven maar met een hart van goud. Zij werd in 1902 in Suriname geboren en overleed daar in 1981; een ‘motyo’, hoer, die werkte onder de naam Maxi Linder. Aan deze ‘koningin van Paramaribo’ wijdde Clark Accord (Paramaribo, 1961 - Amsterdam, 2011) een roman. Mijn ongenuanceerde beeld van een vrouw als Maxi in het koloniale Suriname werd zo knap veelzijdig bevestigd door Accord en juist daardoor ondermijnd.

De koningin van Paramaribo was Accords debuutroman,  verscheen in 1999, verkocht meer dan 125.000 exemplaren, en werd uitgebracht in Duitsland, Spanje, Latijns Amerika en Finland. De roman is nog steeds in druk. De bondige samenvatting van Accords roman op de omslag sluit al aan bij mijn verwachtingen. ‘Schaamteloos, welbespraakt, extravagant, onzelfzuchtig en motyo in hart en nieren, was Maxi al bij leven een legende,’ vermeldt de omslag. De roman geeft van al die karaktereigenschappen zeer smaakvolle of juist pijnlijke voorbeelden. ‘Ze wordt door een huisvriend verkracht op haar dertiende, beleeft haar topjaren als prostituee in de jaren dertig, wordt geïnterneerd in een kamp [in Suriname] tijdens WOII, en glijdt in haar latere jaren af naar een bestaan vol afpersing, chantage, bedelarij en eenzaamheid.’ Het valt niet kernachtiger samen te vatten dan in voorgaande zin en de roman sleurt je door dat buitensporige leven, dat zowel bandeloos als onbaatzuchtig is.

Zo had ik mij het leven van een doorgewinterde prostituee voorgesteld en Accord bevestigt die voorstelling. ‘Ze sterft op troosteloze wijze, omringd door haar eenenvijftig honden,’ meldt de omslag nog en ook daarmee bevestigt de roman eveneens mijn zicht op het dramatische leven van een motyo in de koloniën.

Moll Flanders, de 18de eeuwse Londense ‘harlot’ van Daniel Defoe, mag eindigen als een welgestelde dame op een uitgestrekte plantage in de Nieuwe Wereld, een motyo eindigt in de goot. Zo zit het in mijn hoofd en Accord heeft er niets aan gedaan om dat beeld omver te kegelen. Integendeel, hij wrijft het wrede beeld er nog eens in als zout in de wond. Dat komt aan!

Hoe zeer wij ook mogen verwachten dat literatuur aan onze vooroordelen en starre verwachtingen schudt, lezen van wat je eigenlijk al had vermoed, werkt bij Accord juist onthutsend: het koloniale verleden is inderdaad zo wreed als je je maar kunt voorstellen. Accord toont zich een meester in het beschrijven van agressie, vernedering en onrecht. Er komen akelig gewelddadige scenes in zijn roman voor en je rechtvaardigheidsgevoel wordt regelmatig flink op de proef gesteld. Dat zorgt voor een pageturner.

Hoe meeslepend ook, op één moment stokte voor mij het lezen door het onrecht Maxi aangedaan. Direct lichamelijk geweld kwam er op dat moment niet aan te pas, maar agressiever had de ervaring nauwelijks kunnen zijn. Door mannelijke onwetendheid en bruut paternalisme. Onverwacht en meedogenloos. Tijdens een opmerkelijk intimiderende ondervraging door de koloniale gevangenisdirecteur en nog wat militair gespuis krijgt Maxi een sinaasappelschijfje aangeboden. Ze gaat volledig door het lint: door het onschuldige, kinderlijke verlangen naar een zak sinaasappelen werd ze op dertienjarige leeftijd verkracht. De sinaasappel brengt de kwelling met volle kracht terug en maakt van de ondervraging evenzeer een verkrachting. Tijdens de woedeaanval van Maxi komen haar ondervragers niet verder dan de uiterst gebrekkige constatering: ‘Dat wijf is gék!’ De directeur benadert haar vervolgens op een vaderlijke toon, die een mogelijk verlangen naar ouderwets vaderschap voorgoed de grond inboort.

Tal van andere voorvallen uit Maxi’s leven weten een gevoelige snaar te raken. De wijzen waarop degenen die jarenlang van haar lichaam of van haar groothartige medeleven hebben genoten en haar opzij zetten wanneer hun dat zo uitkomt, zijn af en toe adembenemend en steevast beschamend. Dergelijke gebeurtenissen bevatten onvermijdelijk ook sociale kritiek à la Charles Dickens. Bij hem loopt het voor de hoofdpersoon uiteindelijk nog goed af, gegeven hun goede inborst. Die had Maxi ook, maar we leven ruim een eeuw na Dickens en weten dat een deugdzaam leven niet op voorhand ook zaligmakend is aan deze zijde van de dood, zeker niet in de voormalige koloniën.

De naoorlogse Caribische literatuur wordt gestut door romans die dit op indringende wijze illustreren. Accord voegde daar De koningin van Paramaribo aan toe. Hij wist Maxi Linder echter van een motyo tot een moderne klassieker te verheffen. Hierdoor wordt een stereotypisch verwachtingspatroon uiteindelijk toch pijnlijk verrassend ondermijnd. Een land behoeft schrijvers om mensen de grandeur te geven, die ze verdienen.

 

Voor foto’s van Surinaamse vrouwen, waaronder Maxi Linder (als laatste in de lange rij), zie ‘Vrouwen van Suriname / Oema foe Sranan’ op de website Buku – Bibliotheca Surinamica / A blog about books on Suriname & moreDe nalatenschap van Accord wordt mede levend gehouden door de Clark Accord Foundation.

 

Meer over de letteren in ‘de West’ in het komende nummer van Nieuw Letterkundig Magazijn van mei 2017.