Perry Moree (1960) is bestuurslid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Hij is directeur-bestuurder van ZB - Planbureau en Bibliotheek van Zeeland in Middelburg.
recente columns:
gepubliceerd op 30 augustus 2017
Koop slegs dinge wat u nodig het

Het is altijd leuk op tijdens buitenlandse reizen iets te kopen. In mijn geval zijn dat vaak cd’s en dvd’s (als opvolgers van elpees en videobanden). Als echte verzamelaar weet ik meestal ook nog wel waar ik iets gekocht heb. Vaak zijn dat onwaarschijnlijke plaatsen. De bootleg cd Black Bloody Black (live 1992 met Ronnie James Dio) van Black Sabbath kocht ik op de dagmarkt in Jakarta en de film David and Bathsheba (1951) op de vlooienmarkt in San Juan, Puerto Rico. En dan is er nog het fenomeen boeken. Boeken zeggen vaak iets over het land dat je bezocht heb, zoals de Geschichte der DDR (in Oost-Berlijn gekocht), een Argentijnse biografie over de Hongaarse Dracula-acteur Bela Lugosi (aangeschaft  in Buenos Aires) en – nog veel leuker – boekjes in het Afrikaans.

Het Afrikaans is een van de mooiste talen die ik ken.  De taal wordt hoofdzakelijk in Zuid-Afrika en Namibië gesproken en is een dochtertaal van het Nederlands, ontstaan uit zeventiende-eeuwse Nederlandse dialecten. Nederlands dat te lang in de zon gelegen heeft, zou je kunnen zeggen. Ik realiseer me natuurlijk wel dat door het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime de taal niet bij iedereen enthousiasme zal oproepen. 90 procent van de taal komt uit oude Nederlands, maar ook zijn er Portugese, Franse, Maleise en Afrikaanse invloeden.

Toen mijn kinderen jong waren kocht ik Afrikaanse jeugdboeken (“Hamsters eet graag kos wat kraak”) en ik heb ook een Afrikaans stripboek van Kuifje – sorry Kuifie – getiteld Die Haaie van die Rooi See (= Cokes in voorraad). Het leukste en recentst verworven Afrikaanse boekje is echter Antoinette Ferreira’s Bespaar in die huis: 300 wenkies (Pretoria, 1978). De daarin vermelde huishoudelijke tips zijn zeer de moeite waard. Hoe te voorkomen de kinderen iets niet lusten bijvoorbeeld? “Koop voedselsoorte waarvan die hele familie hou. U het dan die versekering dat die voedsel nie in die asblik sal beland, of op die kaste staan en stof vergaar nie”. Verse groente wordt aanbevolen: “Leer jou gesin om slaai te eet: Dit is voedsaam en bespaar elektrisiteit”. En omdat “ons is geneig om te veel te eet” moeten de porties kleiner: “’n happie minder sal vir die gesondheid ook goed wees”. Van gekochte vis moet niets worden weggegooid: “Gebruik die grate, die kop en die stert van vis om sop of visaftreksel van te maak”. Tijdens al deze maaltijdvoorbereidingen moet je natuurlijk geen last hebben van zeurende kinderen. Daar heeft Ferreira ook een oplossing voor: “Gee ’n jong baba wat kan sit, ’n potje met ’n deksel om mee te speel. Dit hou hom ure lank besig, en daar is geen gemors nie”.  Tenslotte moet er geen geld uitgegeven worden aan glazenwassers; “Was ruite met nat koerantpapier en vryf dit daarna met ’n droë een”. Wat een prachtige taal.

Dit waren voorlopig genoeg voorbeelden. Maar ik moet besluiten met de Afrikaanse vertaling van het lied Ne me quitte pas van Jaques Brel: Moe nie weggaan nie.