Vilan van de Loo is schrijfster en zelfstandig onderzoekster. Ze publiceert vooral over Nederlands-Indië en promoveerde op de biografie 'Dochter van Indië. Melati van Java (1853-1927)'.
de columns van Vilan van de Loo:
recente columns:
gepubliceerd op 15 november 2017
De ploertige men

Het is waar wat mijn moeder altijd zegt: "Waar je mee omgaat, daar word je door besmet." Als biografe van Van Heutsz voel ik iets in mijn bloed komen van de opgewekte, confronterende en bij vlagen provocerende schrijvende generaal.

Dat ik tijdens een gesprek denk: weet je wat, ik ga er vol in.

Dat ik vrolijk scheldwoorden in ontvangst neem, in verband met de biografie die er nog lang niet is.

Want ja, die scheldwoorden zijn er ook, vooral via Facebook, de sociëteitstafel van onze tijd. Daar hoort men wat Van Heutsz classificeerde als "gewauwel", afkomstig van "de ploertige men".  Op zich zijn dit onschuldige woorden. Maar Van Heutsz schrijft ze neer in zinnen waarvan je hoopt dat ze nooit over jou zullen gaan:

 

"Kletspraatjes, lasterlijke aantijgingen waartoe ik reken te behooren alles wat gewoonlijk de onbekende ploertige men zegt of meent gehoord te hebben, moeten achterwege blijven."

 

Deze zin komt uit een brief daterend september 1908. Hij zit in het nauw vanwege vragen over eventuele begane wreedheden te Atjeh. Vragen die, vindt hij, gebaseerd zijn op kletspraatjes. Fake news. Toen al.

In mijn eerdere column over Van Heutsz schreef ik over mijn verlangen naar een volledige digitalisering en uitgave van de militaire brieven. Zover is het nog niet. Of optimischer gezegd, er is een beginnetje gemaakt. In de uitgave nota Geheim 1903 en de Atjeh-rel van 1908 staat de brief van Van Heutsz met alle bijlagen die hij in het snikhete Indië overpende. Het belangrijkste daarvan is het stuk van zijn vroegere adjudant H. Colijn. Hij staat met Van Heutsz op hetzelfde standpunt: bestel je soep, dan krijg je soep. Met balletjes. Wil je een koloniale oorlog, dan krijg je een koloniale oorlog. Met ontsporingen. Men moet realistisch zijn, vinden de mannen.

Lees het zelf, zo u wilt. De uitgave is nu te koop.

Door deze brieven keek ik met een ander oog naar de oude Indische damesromans. Ze lijken de literaire verbeelding te zijn die een twee-eenheid vormt met de militaire brieven. In de romans verschijnen niet alleen officieren die uitstekend kunnen dansen, maar ook de lagere rangen militairen die nogal eens een halflege mouw hebben, of hardnekking zwijgen over wat er te Atjeh is gebeurd. Uitzonderingen zijn er ook, zoals Alarm! Militaire roman (1919) van Jeanne Reyneke van Stuwe, spelend tijdens de Lombok-expedities. Daarin beschrijft Reyneke van Stuwe scènes van het slagveld, zij het op een manier die haar lezeressen konden aanvaarden en begrijpen. Dan moest het toch zachter.

Misschien komt het juist door de damesromans dat ik de militaire brieven van Van Heutsz meer ben gaan waarderen, zoals ik ook de damesromans meer waardeer door de brieven, al blijf ik daar aanzienlijk kalmer onder.