Op vrijdag 22 september 2017 zal in Leiden de Eerste Indische Letterenlezing gehouden worden, een initiatief van de Werkgroep Indische Letterkunde. De lezing zal worden uitgesproken door prof. dr. Elleke Boehmer (University of Oxford) met als… lees verder…

In mei 2018 herdenkt de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde dat 125 jaar geleden vrouwen werden toegelaten tot de Maatschappij. Al eerder waren er ereleden benoemd, zoals Geertruida Bosboom Toussaint in 1870, maar in 1893 werden de… lees verder…

Wijnand Mijnhardt | 14 augustus 2017
Radicale gelijkheid

De Nederlandse achttiende eeuw kent maar weinig creatieve conservatieven die nu nog de moeite van het lezen waard zijn. Met figuren als Le Franq van Berkheij, Van Goens en Bilderdijk heb je het wel gehad. Van de revoluties van Nederlandse snit moesten zij niets hebben. Voor hun afwijkende opinies hebben ze allen een hoge prijs betaald. Publieke vernedering, torenhoge schulden, stagnerende carrières en ballingschap waren hun deel. Radicale revolutionairen zijn opmerkelijk genoeg net zo zeldzaam. Wie echter zonder twijfel aanspraak op deze titel mag maken, is de Goudse rector Gerrit Carel Coenraad Vatebender, die leefde van 1758 tot 1822.

Vatebender had geen enkele studie afgemaakt en mocht zich gelukkig prijzen dat hij toch nog een baantje wist te verwerven, eerst als conrector en later als rector aan de Latijnse school van Gouda. Meer dan 10 leerlingen heeft die school in de nadagen van de Republiek overigens zelden gehad. Vatebender maakte pas naam door zijn deelname aan een prijsvraag van het Provinciaal Utrechts Genootschap in 1793 met als inzet het vraagstuk welke opvoeding de beste was, thuis bij de ouders of in een publieke instelling. Vatebender won de tweede prijs. Hij koos radicaal voor de publieke variant. Op het eerste gezicht waren zijn ideeën niet zo opmerkelijk. Het onderwijs moest worden genationaliseerd,  publiek worden gefinancierd en leraren dienden goed te worden betaald. Alleen dan konden leerlingen rekenen op goed onderwijs. Vatebenders onderwijsdoel was echter niet individuele ontplooiing. Het ging hem om een radicale en structurele verbetering van mens en samenleving. Kinderen moesten, zonder rekening te houden met afkomst of achtergrond, allen vanaf de leeftijd van 6 jaar aan de ouderlijke macht worden onttrokken en in staatskostscholen worden opgevoed en opgeleid. Immers:......

augustus 2017
vrijdag 18 augustus, Auditorium, Rijksmuseum, Amsterdam
Lezing van Emilie Gordenker over de populariteit van de Hollandse 17e-eeuwse kunst. Een onderdeel van de internationale Rijksmuseum en RKD Summer School.
zaterdag 26 augustus, Doelenzaal, Universiteitsbibliotheek, Singel 425, Amsterdam
Jaarcongres met als thema 'secreten, spionage en stiekem gedoe in de zeventiende eeuw', met o.a. Djoeke van Netten, Ineke Huysman, Nelleke Moser en Henk van Nierop.
september 2017
vrijdag 1 september, Singelkerk, Singel 452, Amsterdam
Jos Biemans spreekt over ‘Boek- en bibliotheekarcheologie in de praktijk. Nieuw onderzoek naar de vroegste stadsbibliotheek van Amsterdam (ca. 1400–1632)’.
donderdag 7 september, Zaal 011, Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, Leiden
prof. dr. Mary Kemperink met ‘Literatuur als mede-uitvinder van de homoseksuele identiteit’.
donderdag 14 september, Pieterskerk, Pieterskerkhof 1a, Leiden
Lezing ter gelegenheid van de opening van de Asian Library door Visiting Scaliger Professor Peter Frankopan.
zaterdag 16 september, Zeeuwse Bibliotheek, Kousteensedijk 7, Middelburg
Feestelijke opening van het Betje Wolff Auditorium, met o.a. Perry Moree, Christiaan Blaha en Rob van der Meule.
vrijdag 22 september, Klein Auditorium, Academiegebouw, Leiden
Eerste Indische Letterenlezing, door prof. dr. Elleke Boehmer: 'De toekomst van het postkoloniale verleden: de representatie voorbij.'
zaterdag 23 september, Nicolaï-kerk, Nicolaaskerkhof 8, Utrecht
Meer dan vijftig zelfstandige uitgevers presenteren deze dag hun boeken.
zaterdag 23 september, Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden.
Speciale middag rond de laureaten Idwer de la Parra en Alfred Birney.
december 2017
vrijdag 15 december, Amsterdam
Het jaarcongres van Werkgroep De Moderne Tijd, met als thema 'Mens en dier. De omgang met dieren in de Lage Landen (1780-1940)'.
toon in de agenda berichten van:
17e-eeuw
indisch-nederlandse-letterkunde

bekijk hier de uitgebreide agenda

heeft u informatie voor in de agenda? meld het de redactie
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Zacharias Henric Alewijn (1742-1788) stamde uit een vermogende Amsterdamse regentenfamilie. Hij studeerde rechten in Utrecht en vervulde sinds 1768 verschillende ambten in het bestuur en de rechtspraak van zijn geboortestad. Al in zijn studententijd beoefende hij de Nederlandse dichtkunst; later raakt hij ook geïnteresseerd in de oudere taalfasen van het Nederlands. Hij beschikte over voldoende financiële middelen om zeldzame handschriften en oude drukken aan te schaffen. Alewijn was een actief lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, die hij in 1766 mee had helpen oprichten. Hij schreef verschillende taalkundige bijdragen voor de eerste serie Werken van de Maetschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden (1772-1788). De collectie werd in 1788, bij het overlijden van Alewijn, gelegateerd aan de MdNL. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Amsterdam telde in de Middeleeuwen 22 kloosters en tussen deze kloosters was het niet altijd pais en vree. Zo weigerde St. Maria Magdalena veertien Rijnse gulden aan St. Barbara te betalen voor de helft van de loden waterafvoerpijp tussen de twee kloosters. Het stadsbestuur greep in en sprak dreigende woorden. De nonnen schrokken zich dood en betaalden, Zij legden in 1463 ten overstaan van notaris Giisbertus Reyneri een getuigenis over het voorval af, op perkament, voorzien van zijn notarismerk en in het Latijn. De dreigende woorden van het stadsbestuur werden echter letterlijk geciteerd ‘in de volkstaal’. Dit document maakt nu onderdeel uit van de collecties van de MdNL. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Dit portret van een zeer jeugdige André Jolles werd omstreeks 1883 getekend door de kunstenaar Jan Veth, op verzoek van zijn moeder, Jacoba Cornelia Jolles-Singels (die zelf ook door Veth is geportretteerd). Het kunstwerk werd tentoongesteld tijdens de expositie Een zweven over de tuinen van den geest. Leven en werk van Johan Huizinga in 1991/1992. Barbara Wackernagel-Jolles, dochter van André Jolles, schonk in 2013 dit portret aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Klik hier voor meer informatie over dit portret (website UB Leiden).
In Van den vos Reynaerde beschrijft de dertiende-eeuwse auteur Willem in gepaard rijmende verzen een klassiek conflict tussen macht en list. De canonisatie van Van den vos Reynaerde is evenwel pas in de loop van de negentiende eeuw ontstaan. Friedrich David Gräter (1768-1830) trof in de bibliotheek van Comburg een middeleeuws handschrift met Vlaamse teksten, waaronder Van den vos Reynaerde. In november 1812 verscheen deze tekst voor het eerst in druk . Het afgebeelde exemplaar maakte al vroeg deel uit de bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Toch heeft de Reynaerteditie van Gräter in Nederland niet veel weerklank gevonden. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Collectie Nicolaas Beets
Collectie Zacharias Henric Alewijn
Ruzie stadsbestuur Amsterdam en het St. Maria Magdalena-klooster
Portret André Jolles door Jan Veth
Reynaerteditie van Gräter (1812)
Collectie Nicolaas Beets