Het nieuwe nummer van literair-historisch tijdschrift De Parelduiker is verschenen, een dubbeldik nummer gewijd aan Gerrit Komrij. Uit het voorwoord van gastredacteur en Komrij-biograaf Arie Pos:   ‘Op 5 juli 2017 is Gerrit Komrij vijf jaar… lees verder…

In mei 2018 herdenkt de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde dat 125 jaar geleden vrouwen werden toegelaten tot de Maatschappij. Al eerder waren er ereleden benoemd, zoals Geertruida Bosboom Toussaint in 1870, maar in 1893 werden de… lees verder…

Aart G. Broek | 22 mei 2017
Charmante straatvechter

Frank Efraïm Martinus (1936-2015) was niet alleen de literaire auteur die onder de naam Frank Martinus Arion bekendheid verwierf in het hele Koninkrijk der Nederlanden, met name door zijn roman Dubbelspel (1973). Martinus was ook taalkundige, specialiseerde zich tot historisch linguïst en deed promotieonderzoek naar de oorsprong van het Papiaments, zijn creoolse moedertaal. Niet in de laatste plaats was Martinus decennialang een opmerkelijk gepassioneerd opinion maker, vooral op zijn geboorte-eiland Curaçao.

De versierselen die behoren bij de benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau behoefden na het overlijden van Martinus niet meer te worden teruggestuurd naar de Kanselarij der Nederlandse Orden in Den Haag. Martinus ontving de benoeming en de versierselen in 1992. Op 29 december 2008 organiseerde hij een ‘wederaanbieding’ aan koningin Beatrix en meldde zich bij het gouverneurspaleis in het Fort, hartje Punda, Willemstad.

Audiëntie bij de gouverneur, mr. E.M. d.l. S. Goedgedrag, werd afgehouden en een ambtenaar van het Kabinet van de gouverneur nam de versierselen en de motivering voor de teruggave in ontvangst. ‘Naarmate de ongevoeligheid van Nederlanders tegenover het verleden toenam,’ zo liet Martinus Hare Majesteit weten, ‘nam mijn betrokkenheid met dat verleden toe, omdat het zomaar opzij zetten van de donkere plekken in de geschiedenis van een natie mij een grote onrechtvaardigheid lijkt. Het al of niet verantwoording kunnen afleggen voor donkere plekken in de geschiedenis is het wezenlijke verschil tussen een beschaafde natie en een pueriele roversnatie die alleen maar wil prijken met lichtpunten uit zijn geschiedenis, zoals bijvoorbeeld met de schilderijen van Rembrandt.’......

mei 2017
zondag 28 mei, De Brakke Grond, Amsterdam
Lezing van Els Witte georganiseerd door het Algemeen-Nederlands Verbond.
dinsdag 30 mei, Oude Lutherse Kerk, Singel 411, Amsterdam
Presentatie van 'J.B.W.P. Het leven van Johan Polak' van Koen Hilberdink, met o.a. Maarten Asscher en Mark Pieters.
juni 2017
zaterdag 17 juni, Grote Kerk, Singelstraat 21, Goes
Gratis toegankelijk symposium in het kader van het Aziëjaar Goes, met onder andere Coen van ’t Veer, Colinda Verhelst en Olf Praamstra.
augustus 2017
zaterdag 26 augustus, UvA, Amsterdam
Jaarcongres met als thema: 'Geheime Praktijken. Secreten, spionage en stiekem gedoe in de zeventiende eeuw'.
september 2017
donderdag 7 september, Zaal 011, Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, Leiden
prof. dr. Mary Kemperink met ‘Literatuur als mede-uitvinder van de homoseksuele identiteit’.
zaterdag 23 september, Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden.
Speciale middag rond de laureaten Idwer de la Parra en Alfred Birney.
december 2017
vrijdag 15 december, Amsterdam
Het jaarcongres van Werkgroep De Moderne Tijd, met als thema 'Mens en dier. De omgang met dieren in de Lage Landen (1780-1940)'.
toon in de agenda berichten van:
indisch-nederlandse-letterkunde
17e-eeuw

bekijk hier de uitgebreide agenda

heeft u informatie voor in de agenda? meld het de redactie
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Zacharias Henric Alewijn (1742-1788) stamde uit een vermogende Amsterdamse regentenfamilie. Hij studeerde rechten in Utrecht en vervulde sinds 1768 verschillende ambten in het bestuur en de rechtspraak van zijn geboortestad. Al in zijn studententijd beoefende hij de Nederlandse dichtkunst; later raakt hij ook geïnteresseerd in de oudere taalfasen van het Nederlands. Hij beschikte over voldoende financiële middelen om zeldzame handschriften en oude drukken aan te schaffen. Alewijn was een actief lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, die hij in 1766 mee had helpen oprichten. Hij schreef verschillende taalkundige bijdragen voor de eerste serie Werken van de Maetschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden (1772-1788). De collectie werd in 1788, bij het overlijden van Alewijn, gelegateerd aan de MdNL. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Amsterdam telde in de Middeleeuwen 22 kloosters en tussen deze kloosters was het niet altijd pais en vree. Zo weigerde St. Maria Magdalena veertien Rijnse gulden aan St. Barbara te betalen voor de helft van de loden waterafvoerpijp tussen de twee kloosters. Het stadsbestuur greep in en sprak dreigende woorden. De nonnen schrokken zich dood en betaalden, Zij legden in 1463 ten overstaan van notaris Giisbertus Reyneri een getuigenis over het voorval af, op perkament, voorzien van zijn notarismerk en in het Latijn. De dreigende woorden van het stadsbestuur werden echter letterlijk geciteerd ‘in de volkstaal’. Dit document maakt nu onderdeel uit van de collecties van de MdNL. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Dit portret van een zeer jeugdige André Jolles werd omstreeks 1883 getekend door de kunstenaar Jan Veth, op verzoek van zijn moeder, Jacoba Cornelia Jolles-Singels (die zelf ook door Veth is geportretteerd). Het kunstwerk werd tentoongesteld tijdens de expositie Een zweven over de tuinen van den geest. Leven en werk van Johan Huizinga in 1991/1992. Barbara Wackernagel-Jolles, dochter van André Jolles, schonk in 2013 dit portret aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Klik hier voor meer informatie over dit portret (website UB Leiden).
In Van den vos Reynaerde beschrijft de dertiende-eeuwse auteur Willem in gepaard rijmende verzen een klassiek conflict tussen macht en list. De canonisatie van Van den vos Reynaerde is evenwel pas in de loop van de negentiende eeuw ontstaan. Friedrich David Gräter (1768-1830) trof in de bibliotheek van Comburg een middeleeuws handschrift met Vlaamse teksten, waaronder Van den vos Reynaerde. In november 1812 verscheen deze tekst voor het eerst in druk . Het afgebeelde exemplaar maakte al vroeg deel uit de bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Toch heeft de Reynaerteditie van Gräter in Nederland niet veel weerklank gevonden. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Collectie Nicolaas Beets
Collectie Zacharias Henric Alewijn
Ruzie stadsbestuur Amsterdam en het St. Maria Magdalena-klooster
Portret André Jolles door Jan Veth
Reynaerteditie van Gräter (1812)
Collectie Nicolaas Beets