Op zaterdag 27 januari om 17:00 uur zal in de aula van de Lutherse Kerk te Amsterdam de biografie Een bezielde schavuit. Jacob van Lennep 1802-1868 feestelijk worden gepresenteerd. Marita Mathijsen schreef met Een bezielde schavuit Van Lennep’s… lees verder…

Op vrijdagavond 16 februari aanstaande zal Stephan Sanders de vijfde Cola Debrotlezing van de Werkgroep Caraïbische Letteren houden in het OBA-Theater te Amsterdam. Sanders zal spreken over ‘het voorbeeld van de Cariben’, een verhaal over een gebied ter… lees verder…

Anton van der Lem | 15 januari 2018
450 jaar Tachtigjarige Oorlog

Onlangs meende iemand geestig te zijn door op te merken dat de musical Soldaat van Oranje al langer draait dan de oorlog geduurd heeft. Alsof dat iets bijzonders is. De belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog en de bezettingsjaren duurt onverminderd voort en hoe zou het ook anders? Hetzelfde geldt voor de Tachtigjarige Oorlog die dit jaar 450 geleden begon met de Slag bij Heiligerlee. Het Rijksmuseum in Amsterdam opent op 12 oktober een prestigieuze, internationale tentoonstelling onder de titel Tachtig jaar oorlog, uiteraard met een begeleidende catalogus. De website van de Universiteit Leiden over de Opstand, nu al twintig jaar in de lucht, telt honderden bezoekers per dag: www.dutchrevolt.leiden.edu

Docenten vinden het bij tentamens een aardige vraag wanneer ‘Nederland’ nu eigenlijk ontstaan is, omdat er geen eigenlijke onafhankelijkheidsverklaring in de Nederlandse geschiedenis is aan te wijzen. De overwinning in de Slag bij Heiligerlee (1568) werd teniet gedaan door een overwinning van de hertog van Alva op deze ‘rebellen’. Nadat in 1572 Den Briel en andere steden in Holland en Zeeland door troepen van de prins van Oranje werden ingenomen of zich voor de prins verklaarden, was de situatie nog jarenlang hachelijk, totdat in 1576 de Spaanse troepen aan het muiten sloegen en Holland en Zeeland verlieten om in Vlaanderen en Brabant hun achterstallige soldij op de bevolking te gaan verhalen. Toen de ‘opstandige’ en ‘gehoorzame’ provincies zich in 1576 verenigden in de Pacificatie van Gent was dat een hoogtepunt in de geschiedenis van de Nederlanden. Meervoud. De godsdienstkwestie, het particularisme en de Spaanse opmars onder de prins van Parma leidden tot de scheuring in 1579 van de Unies van Atrecht en Utrecht. Uit de laatste kwam geleidelijk de Noord-Nederlandse Republiek voort - opnieuw een belangrijk moment, maar weer geen allesoverheersende gebeurtenis.......

januari 2018
dinsdag 16 januari, Koninklijke Bibliotheek, Prins Willem-Alexanderhof 5, Den Haag
Lezing door Joep Leerssen ter gelegenheid van de afronding van zijn fellowship bij de KB en het NIAS.
donderdag 18 januari, Spui25, Spui 25-27, Amsterdam
Met o.a. Lieke van Deinsen, Eveline Sint Nicolaas, Sarah Adams en Mark Ponte.
zaterdag 27 januari, Heerenzaal van Restaurant L’ Union, Roermond
Met Manu van der Aa (over zijn biografie 'Tatave!, Paul-Gustave van Hecke, Kunstpaus, modekoning, salonsocialist') en Daan Rutten (over zijn proefschrift 'De ernst van het spel over het literaire engagement van Willem Frederik Hermans').
zaterdag 27 januari, Lutherse Kerk, Singel 411, Amsterdam
Presentatie met o.a. Marita Mathijsen, Dik van der Meulen, Hans Renders en Atte Jongstra.
februari 2018
vrijdag 16 februari, OBA-Theater, 7de etage van de Centrale Openbare Bibliotheek, Oosterdokskade 143, Amsterdam.
De vijfde Cola Debrotlezing van de Werkgroep Caraïbische Letteren, gehouden door columnist en schrijver Stephan Sanders.
zondag 18 februari, De Nieuwe Liefde, Da Costakade 102, Amsterdam
Middag over de poëzie van Komrij, met o.a. de presentatie van de nieuwe verzamelbundel.
vrijdag 23 februari, Zaal 003, Lipsius-gebouw, Cleveringaplaats 1, Leiden
augustus 2018
zaterdag 25 augustus, Dordrechts Museum, Dordrecht
Het jaarcongres van Werkgroep De Zeventiende Eeuw draagt als titel '1618 – Paniek in de Republiek'.
toon in de agenda berichten van:
17e-eeuw
caraibische-letteren
indisch-nederlandse-letterkunde

bekijk hier de uitgebreide agenda

heeft u informatie voor in de agenda? meld het de redactie
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Zacharias Henric Alewijn (1742-1788) stamde uit een vermogende Amsterdamse regentenfamilie. Hij studeerde rechten in Utrecht en vervulde sinds 1768 verschillende ambten in het bestuur en de rechtspraak van zijn geboortestad. Al in zijn studententijd beoefende hij de Nederlandse dichtkunst; later raakt hij ook geïnteresseerd in de oudere taalfasen van het Nederlands. Hij beschikte over voldoende financiële middelen om zeldzame handschriften en oude drukken aan te schaffen. Alewijn was een actief lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, die hij in 1766 mee had helpen oprichten. Hij schreef verschillende taalkundige bijdragen voor de eerste serie Werken van de Maetschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden (1772-1788). De collectie werd in 1788, bij het overlijden van Alewijn, gelegateerd aan de MdNL. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Amsterdam telde in de Middeleeuwen 22 kloosters en tussen deze kloosters was het niet altijd pais en vree. Zo weigerde St. Maria Magdalena veertien Rijnse gulden aan St. Barbara te betalen voor de helft van de loden waterafvoerpijp tussen de twee kloosters. Het stadsbestuur greep in en sprak dreigende woorden. De nonnen schrokken zich dood en betaalden, Zij legden in 1463 ten overstaan van notaris Giisbertus Reyneri een getuigenis over het voorval af, op perkament, voorzien van zijn notarismerk en in het Latijn. De dreigende woorden van het stadsbestuur werden echter letterlijk geciteerd ‘in de volkstaal’. Dit document maakt nu onderdeel uit van de collecties van de MdNL. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Dit portret van een zeer jeugdige André Jolles werd omstreeks 1883 getekend door de kunstenaar Jan Veth, op verzoek van zijn moeder, Jacoba Cornelia Jolles-Singels (die zelf ook door Veth is geportretteerd). Het kunstwerk werd tentoongesteld tijdens de expositie Een zweven over de tuinen van den geest. Leven en werk van Johan Huizinga in 1991/1992. Barbara Wackernagel-Jolles, dochter van André Jolles, schonk in 2013 dit portret aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Klik hier voor meer informatie over dit portret (website UB Leiden).
In Van den vos Reynaerde beschrijft de dertiende-eeuwse auteur Willem in gepaard rijmende verzen een klassiek conflict tussen macht en list. De canonisatie van Van den vos Reynaerde is evenwel pas in de loop van de negentiende eeuw ontstaan. Friedrich David Gräter (1768-1830) trof in de bibliotheek van Comburg een middeleeuws handschrift met Vlaamse teksten, waaronder Van den vos Reynaerde. In november 1812 verscheen deze tekst voor het eerst in druk . Het afgebeelde exemplaar maakte al vroeg deel uit de bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Toch heeft de Reynaerteditie van Gräter in Nederland niet veel weerklank gevonden. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Collectie Nicolaas Beets
Collectie Zacharias Henric Alewijn
Ruzie stadsbestuur Amsterdam en het St. Maria Magdalena-klooster
Portret André Jolles door Jan Veth
Reynaerteditie van Gräter (1812)
Collectie Nicolaas Beets