In mei 2018 herdenkt de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde dat 125 jaar geleden vrouwen werden toegelaten tot de Maatschappij. Al eerder waren er ereleden benoemd, zoals Geertruida Bosboom Toussaint in 1870, maar in 1893 werden de… lees verder…

Op zaterdag 20 mei vindt om 10:30 de jaarvergadering van de MdNL plaats te Leiden. Aansluitend die dag organiseert de Maatschappij om 14:00 in het Academiegebouw een bijeenkomst met als titel De veerkracht van Utopia. Dromen… lees verder…

Aart G. Broek | 24 april 2017
Van ‘motyo’ tot moderne klassieker

Naar prostituees en hun werkzaamheden in de voormalige Caribische koloniën deed ik geen uitgebreid onderzoek. Wel maakte ik mij onvermijdelijk een voorstelling van het leven van publieke vrouwen. Ik droeg een stereotypisch beeld mee, zoals van het leven van Wilhelmina Angelica Adriana Merian Rijburg: getekend door het leven maar met een hart van goud. Zij werd in 1902 in Suriname geboren en overleed daar in 1981; een ‘motyo’, hoer, die werkte onder de naam Maxi Linder. Aan deze ‘koningin van Paramaribo’ wijdde Clark Accord (Paramaribo, 1961 - Amsterdam, 2011) een roman. Mijn ongenuanceerde beeld van een vrouw als Maxi in het koloniale Suriname werd zo knap veelzijdig bevestigd door Accord en juist daardoor ondermijnd.

De koningin van Paramaribo was Accords debuutroman,  verscheen in 1999, verkocht meer dan 125.000 exemplaren, en werd uitgebracht in Duitsland, Spanje, Latijns Amerika en Finland. De roman is nog steeds in druk. De bondige samenvatting van Accords roman op de omslag sluit al aan bij mijn verwachtingen. ‘Schaamteloos, welbespraakt, extravagant, onzelfzuchtig en motyo in hart en nieren, was Maxi al bij leven een legende,’ vermeldt de omslag. De roman geeft van al die karaktereigenschappen zeer smaakvolle of juist pijnlijke voorbeelden. ‘Ze wordt door een huisvriend verkracht op haar dertiende, beleeft haar topjaren als prostituee in de jaren dertig, wordt geïnterneerd in een kamp [in Suriname] tijdens WOII, en glijdt in haar latere jaren af naar een bestaan vol afpersing, chantage, bedelarij en eenzaamheid.’ Het valt niet kernachtiger samen te vatten dan in voorgaande zin en de roman sleurt je door dat buitensporige leven, dat zowel bandeloos als onbaatzuchtig is.

Zo had ik mij het leven van een doorgewinterde prostituee voorgesteld en Accord bevestigt die voorstelling. ‘Ze sterft op troosteloze wijze, omringd door haar eenenvijftig honden,’ meldt de omslag nog en ook daarmee bevestigt de roman eveneens mijn zicht op het dramatische leven van een motyo in de koloniën.......

april 2017
zondag 23 april, Boekhandel Donner, Coolsingel 119, Rotterdam
Presentatie 'Op de hoogte van de vogels', met medewerking van Wim van Til en Lévi Weemoedt.
mei 2017
vrijdag 5 mei, Museum Vleeshuis, Antwerpen.
De Werkgroep Achttiende Eeuw-lezing 2017, mede georganiseerd door Museum Vleeshuis, het Studiecentrum Vlaamse Muziek en het Labo XIX & XX van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Met o.a. Tom Verschaffel.
woensdag 10 mei, Kinderboekenmuseum, Prins Willem-Alexanderhof 5 , Den Haag
De Annie M.G. Schmidtlezing 2017 wordt dit jaar uitgesproken door Rindert Kromhout, met als titel 'De rattenvanger van Weesp'.
vrijdag 12 mei, VOC-zaal, Bushuis, Kloveniersburgwal 48, Amsterdam
Met o.a. Jane Judge, Joris Oddens, Lauren Lauret, Hilde Greefs en Marjolein 't Hart.
vrijdag 12 mei, Vossiuszaal, Universiteitsbibliotheek Leiden, Witte Singel 27, Leiden
Themamiddag georganiseerd door de Commissie voor taal- en letterkunde van de MdNL, met o.a. Peter van Zonneveld, Harm Beukers en Sofie Sun.
zaterdag 20 mei, Klein Auditorium, Academiegebouw, Rapenburg 73 te Leiden
Jaarvergadering van de MdNL, met aansluitend het middagprogramma 'De veerkracht van Utopia'.
zaterdag 20 mei, Klein Auditorium, Academiegebouw, Rapenburg 73 te Leiden
Bijeenkomst van de MdNL met als thema 'De veerkracht van Utopia. Dromen van een maakbaar paradijs 500 jaar na Thomas More'. met oa. Joris van Casteren en Frank Albers.
zaterdag 20 mei, OBA-Theater, Oosterdokskade 143, Amsterdam.
Cola Debrotlezing door Astrid Roemer, aansluitend een gesprek tussen Roemer en Elsbeth Etty.
juni 2017
zaterdag 17 juni, Grote Kerk, Singelstraat 21, Goes
Gratis toegankelijk symposium in het kader van het Aziëjaar Goes, met onder andere Coen van ’t Veer, Colinda Verhelst en Olf Praamstra.
augustus 2017
zaterdag 26 augustus, UvA, Amsterdam
Jaarcongres met als thema: 'Geheime Praktijken. Secreten, spionage en stiekem gedoe in de zeventiende eeuw'.
september 2017
zaterdag 23 september, Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden.
Speciale middag rond de laureaten Idwer de la Parra en Alfred Birney.
december 2017
vrijdag 15 december, Amsterdam
Het jaarcongres van Werkgroep De Moderne Tijd, met als thema 'Mens en dier. De omgang met dieren in de Lage Landen (1780-1940)'.
toon in de agenda berichten van:
18e-eeuw
caraibische-letteren
indisch-nederlandse-letterkunde
17e-eeuw

bekijk hier de uitgebreide agenda

heeft u informatie voor in de agenda? meld het de redactie
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Zacharias Henric Alewijn (1742-1788) stamde uit een vermogende Amsterdamse regentenfamilie. Hij studeerde rechten in Utrecht en vervulde sinds 1768 verschillende ambten in het bestuur en de rechtspraak van zijn geboortestad. Al in zijn studententijd beoefende hij de Nederlandse dichtkunst; later raakt hij ook geïnteresseerd in de oudere taalfasen van het Nederlands. Hij beschikte over voldoende financiële middelen om zeldzame handschriften en oude drukken aan te schaffen. Alewijn was een actief lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, die hij in 1766 mee had helpen oprichten. Hij schreef verschillende taalkundige bijdragen voor de eerste serie Werken van de Maetschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden (1772-1788). De collectie werd in 1788, bij het overlijden van Alewijn, gelegateerd aan de MdNL. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Amsterdam telde in de Middeleeuwen 22 kloosters en tussen deze kloosters was het niet altijd pais en vree. Zo weigerde St. Maria Magdalena veertien Rijnse gulden aan St. Barbara te betalen voor de helft van de loden waterafvoerpijp tussen de twee kloosters. Het stadsbestuur greep in en sprak dreigende woorden. De nonnen schrokken zich dood en betaalden, Zij legden in 1463 ten overstaan van notaris Giisbertus Reyneri een getuigenis over het voorval af, op perkament, voorzien van zijn notarismerk en in het Latijn. De dreigende woorden van het stadsbestuur werden echter letterlijk geciteerd ‘in de volkstaal’. Dit document maakt nu onderdeel uit van de collecties van de MdNL. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Dit portret van een zeer jeugdige André Jolles werd omstreeks 1883 getekend door de kunstenaar Jan Veth, op verzoek van zijn moeder, Jacoba Cornelia Jolles-Singels (die zelf ook door Veth is geportretteerd). Het kunstwerk werd tentoongesteld tijdens de expositie Een zweven over de tuinen van den geest. Leven en werk van Johan Huizinga in 1991/1992. Barbara Wackernagel-Jolles, dochter van André Jolles, schonk in 2013 dit portret aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Klik hier voor meer informatie over dit portret (website UB Leiden).
In Van den vos Reynaerde beschrijft de dertiende-eeuwse auteur Willem in gepaard rijmende verzen een klassiek conflict tussen macht en list. De canonisatie van Van den vos Reynaerde is evenwel pas in de loop van de negentiende eeuw ontstaan. Friedrich David Gräter (1768-1830) trof in de bibliotheek van Comburg een middeleeuws handschrift met Vlaamse teksten, waaronder Van den vos Reynaerde. In november 1812 verscheen deze tekst voor het eerst in druk . Het afgebeelde exemplaar maakte al vroeg deel uit de bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Toch heeft de Reynaerteditie van Gräter in Nederland niet veel weerklank gevonden. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Collectie Nicolaas Beets
Collectie Zacharias Henric Alewijn
Ruzie stadsbestuur Amsterdam en het St. Maria Magdalena-klooster
Portret André Jolles door Jan Veth
Reynaerteditie van Gräter (1812)
Collectie Nicolaas Beets