In mei 2018 herdenkt de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde dat 125 jaar geleden vrouwen werden toegelaten tot de Maatschappij. Al eerder waren er ereleden benoemd, zoals Geertruida Bosboom Toussaint in 1870, maar in 1893 werden de… lees verder…

In 2017 bekroonde de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde de bundel Grond van  Idwer de la Parra met de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs en de roman De tolk van Java van Alfred Birney met de Henriette Roland Holst-prijs.  … lees verder…

Ineke Huysman | 11 september 2017
Wat schrik is ‘t, die u soo van ons verjaagen kan?

Op 10 september 1669 stuurde Constantijn Huygens Anna Maria van Schurman het gedicht: ’Aen sommige predikers’. Hij had het twee dagen eerder vergeten in zijn brief te sluiten. Bij deze brief had Huygens ook portretten meegestuurd, o.a. van zichzelf en van zijn dochter Susanna. Het zou zijn laatste brief aan Anna Maria zijn.

Anna zou het postpakket aan Constantijn terugsturen met de boodschap dat zij dat soort frivole genoegens enkele jaren geleden al vaarwel had gezegd. Ze schreef: "Een ander soort schilderkunst staat me voor de geest, indien ik tenminste een pen op papier kreeg, wat ik al enige keren tevergeefs heb geprobeerd: die waarmee ik de hemelse beeltenis of de voorbeeldige, goddelijke kwaliteiten van onze allerhoogste en allermooiste Koning en Redder, Jezus, zeker in mijn hart op een of andere manier kan navolgen en uitdrukken".

Wat was er gebeurd? Ondanks de kritiek van haar geleerde vrienden had Anna Maria zich in die tijd bij de geloofsgemeenschap van de Geneefse prediker Jean de Labadie aangesloten. De Labadisten streefden naar een zuiver leven vanuit het geloof in Jezus Christus en distantiëring van de ongelovigen en ’naam-christenen’ om besmetting te voorkomen. Anna Maria zou met hen in 1670 naar Duitsland vertrekken en zich vijf jaar later met het ’huisgezin’ van Labadie naar Walta-state in het Friese Wieuwerd vestigen, waar zij in 1678 overleed.

Vóór haar aansluiting bij de Labadisten had de multi-getalenteerde Anna Maria een grote reputatie opgebouwd als geleerde, dichteres en kunstenares. Haar Latijnse gedicht waarin ze een pleidooi hield voor het recht van de christelijke vrouw op studie leidde ertoe dat zij in contact stond met geleerde vrouwen uit heel Europa. Maar ook haar andere werken leidden tot internationale faam.......

september 2017
vrijdag 22 september, Klein Auditorium, Academiegebouw, Leiden
Eerste Indische Letterenlezing, door prof. dr. Elleke Boehmer: 'De toekomst van het postkoloniale verleden: de representatie voorbij.'
zaterdag 23 september, Nicolaï-kerk, Nicolaaskerkhof 8, Utrecht
Meer dan vijftig zelfstandige uitgevers presenteren deze dag hun boeken.
zaterdag 23 september, Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden
Extra vergadering over een nieuwe koers voor de Maatschappij.
zaterdag 23 september, Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden
Uitreiking van de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs aan Idwer de la Parra en de Henriette Roland Holst-prijs aan Alfred Birney.
zaterdag 23 september, Louis Couperus Museum, Javastraat 17, Den Haag
Lezing over Louis Couperus en Abraham Kuyper door George Harinck.
zondag 24 september, Boekhandel De Koperen Tuin, Keizersdijk 16, Goes
Lezing naar aanleiding van het verschijnen van de biografie van Clare Lennart.
zondag 24 september, Stadsschouwburg De Harmonie, Ruiterskwartier 4, Leeuwarden
Literaire middag met Abdelkader Benali en Han Borg.
oktober 2017
zondag 1 oktober, OBA, Oosterdokskade 143, Amsterdam.
Met o.a.Diana Lebacs, Jackie Bernabela, Liliana Erasmus (Aruba), Indra Hu (Suriname), Joke van Leeuwen, Lydia Rood en Cynthia McLeod.
zondag 1 oktober, Haagse Kunstkring, Denneweg 64, Den Haag
Nicolette Smabers in gesprek met Margreet den Buurman over haar boek ''Het paleis in de Arcisstrasse'.
woensdag 4 oktober, Academiegebouw (klein auditorium), Rapenburg 73, Leiden.
Presentatie van 'Majoor van het Menselijk Leed' door Rick Honings. Met o.a. Herman Brusselmans zelf.
donderdag 5 oktober, Spui25, Spui 25-27, Amsterdam
Lezing door Robert Verhoogt met als titel ''De negentiende eeuw onder de grond. Over de fascinatie voor de aardbodem en de verbeelding ervan.'
zaterdag 7 oktober, Rijksarchief, Vaartstraat 24, Leuven.
Met o.a. Janneke Weijermars, Matthias Meirlaen en Els Witte.
zaterdag 14 oktober, Zuid-Afrikahuis, Keizersgracht 141, Amsterdam
Sprekers zijn Carrol Clarkson, Hans Ester, Ena Jansen, Robert Ross, Schoemans uitgever Pieter Rouwendal en zijn vertaler Rob van der Veer.
zaterdag 14 oktober, Heerenzaal van Restaurant L’ Union, Roermond
Met als gastsprekers Marjoleine de Vos en Elisabeth Leijnse.
november 2017
zondag 5 november, Bronbeek, Velperweg 147, Arnhem.
Jaarlijkse Bronbeek-symposium, georganiseerd door de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde. Met o.a. Annet Mooij, Vilan van de Loo en Ernst Jansz.
december 2017
vrijdag 15 december, Amsterdam
Het jaarcongres van Werkgroep De Moderne Tijd, met als thema 'Mens en dier. De omgang met dieren in de Lage Landen (1780-1940)'.
toon in de agenda berichten van:
indisch-nederlandse-letterkunde
caraibische-letteren
zuidelijke-afdeling

bekijk hier de uitgebreide agenda

heeft u informatie voor in de agenda? meld het de redactie
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Zacharias Henric Alewijn (1742-1788) stamde uit een vermogende Amsterdamse regentenfamilie. Hij studeerde rechten in Utrecht en vervulde sinds 1768 verschillende ambten in het bestuur en de rechtspraak van zijn geboortestad. Al in zijn studententijd beoefende hij de Nederlandse dichtkunst; later raakt hij ook geïnteresseerd in de oudere taalfasen van het Nederlands. Hij beschikte over voldoende financiële middelen om zeldzame handschriften en oude drukken aan te schaffen. Alewijn was een actief lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, die hij in 1766 mee had helpen oprichten. Hij schreef verschillende taalkundige bijdragen voor de eerste serie Werken van de Maetschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden (1772-1788). De collectie werd in 1788, bij het overlijden van Alewijn, gelegateerd aan de MdNL. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Amsterdam telde in de Middeleeuwen 22 kloosters en tussen deze kloosters was het niet altijd pais en vree. Zo weigerde St. Maria Magdalena veertien Rijnse gulden aan St. Barbara te betalen voor de helft van de loden waterafvoerpijp tussen de twee kloosters. Het stadsbestuur greep in en sprak dreigende woorden. De nonnen schrokken zich dood en betaalden, Zij legden in 1463 ten overstaan van notaris Giisbertus Reyneri een getuigenis over het voorval af, op perkament, voorzien van zijn notarismerk en in het Latijn. De dreigende woorden van het stadsbestuur werden echter letterlijk geciteerd ‘in de volkstaal’. Dit document maakt nu onderdeel uit van de collecties van de MdNL. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Dit portret van een zeer jeugdige André Jolles werd omstreeks 1883 getekend door de kunstenaar Jan Veth, op verzoek van zijn moeder, Jacoba Cornelia Jolles-Singels (die zelf ook door Veth is geportretteerd). Het kunstwerk werd tentoongesteld tijdens de expositie Een zweven over de tuinen van den geest. Leven en werk van Johan Huizinga in 1991/1992. Barbara Wackernagel-Jolles, dochter van André Jolles, schonk in 2013 dit portret aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Klik hier voor meer informatie over dit portret (website UB Leiden).
In Van den vos Reynaerde beschrijft de dertiende-eeuwse auteur Willem in gepaard rijmende verzen een klassiek conflict tussen macht en list. De canonisatie van Van den vos Reynaerde is evenwel pas in de loop van de negentiende eeuw ontstaan. Friedrich David Gräter (1768-1830) trof in de bibliotheek van Comburg een middeleeuws handschrift met Vlaamse teksten, waaronder Van den vos Reynaerde. In november 1812 verscheen deze tekst voor het eerst in druk . Het afgebeelde exemplaar maakte al vroeg deel uit de bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Toch heeft de Reynaerteditie van Gräter in Nederland niet veel weerklank gevonden. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Collectie Nicolaas Beets
Collectie Zacharias Henric Alewijn
Ruzie stadsbestuur Amsterdam en het St. Maria Magdalena-klooster
Portret André Jolles door Jan Veth
Reynaerteditie van Gräter (1812)
Collectie Nicolaas Beets