Op vrijdag 8 december geeft Antoine Bodar de 46ste Huizingalezing. Bodar is priester, kunsthistoricus en auteur van diverse boeken op het terrein van religie en cultuur. Zijn lezing draagt als titel ‘Leven alsof God bestaat’. In spel… lees verder…

In mei 2018 herdenkt de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde dat 125 jaar geleden vrouwen werden toegelaten tot de Maatschappij. Al eerder waren er ereleden benoemd, zoals Geertruida Bosboom Toussaint in 1870, maar in 1893 werden de… lees verder…

Jasper van der Steen | 13 oktober 2017
Vorstelijke macht als familiebedrijf

Op het eerste gezicht lijken moderne koninklijke families in Europa weinig op commerciële bedrijven. Ze produceren immers geen handelsproducten of verhandelbare diensten, ze concurreren niet echt met elkaar, en ze maken geen reclame op televisie. Toch vergelijken mensen te pas en te onpas monarchieën met het bedrijfsleven. In een recent verschenen populariserende documentaire over het Britse koninklijk huis, noemde de hoogleraar vroegmoderne geschiedenis en royaltykenner Jane Ridley het transnationale dynastieke netwerk van de Britse koningin Victoria een ’monarchale vakbond’. Op vergelijkbare wijze geven de Britten hun koninklijke familie ook wel de bijnaam the Firm’, dat dan weer doet denken aan de Nederlandse variant Oranje BV’. En Arjen Lubach stelde onlangs voor de Nederlandse monarchie te privatiseren om de oplopende kosten van het instituut tegen te gaan. Waarom leggen mensen zo graag het verband tussen koninklijke families en moderne commerciële bedrijven?

De vergelijking dient er in veel gevallen toe om de schijnbaar ouderwetse, onlogische en mysterieuze rituelen en ceremonies van hedendaagse monarchieën te begrijpen. Er zijn namelijk overeenkomsten tussen de monarchie als fenomeen enerzijds en het bedrijfsleven anderzijds, die een vergelijking zinnig maken. Moderne bedrijven—met name familiebedrijven—hechten bijvoorbeeld net als vorstelijke families veel waarde aan de eigen ontstaansgeschiedenis en ’oprichterscultuur’. Zo is Gerard Heineken, oprichter van de gelijknamige brouwerij, een belangrijk onderdeel van de herinneringscultuur binnen het bedrijf. De Nassau-familie brengt op vergelijkbare wijze nog altijd de leidende rol die Willem van Oranje speelde tijdens de Tachtigjarige Oorlog in herinnering. In zowel familiebedrijven als monarchieën is er sprake van erfopvolging, en beide ontwikkelen strategieën die erop gericht zijn de volgende generatie klaar te stomen om het stokje over te nemen. Door koninklijke families als familiebedrijven te bestuderen, kunnen we de manieren waarop monarchieën in het heden opereren beter begrijpen.......

oktober 2017
vrijdag 20 oktober, Oude Lutherse kerk, Singel 411, Amsterdam
De presentatie van 'Het litteken van de dood', met Onno Blom, Nico Dijkshoorn, Geoffrey Madge en Paul Witteman.
dinsdag 24 oktober, Bijzondere Collecties van de UvA, Oude Turfmarkt 129, Amsterdam
Jacqueline Bel spreekt de negende Jacob Israël de Haan-lezing uit met als titel 'De 'Joodse stadsroman' (1900-1940): een flonkerend genre uit de vergetelheid'.
zaterdag 28 oktober, Pastorie, Lange Haven 134 , Schiedam
Lezing door Peter van Zonneveld in het kader van de Piet Paaltjens Parade.
zondag 29 oktober, Goethe-Institut, Herengracht 470, Amsterdam
Viering van 25 jaar Nederlandse Kafka-Kring, met o.a. Thomas Verbogt, Ton Naaijkens en Jacques De Visscher.
november 2017
zondag 5 november, Bronbeek, Velperweg 147, Arnhem.
Jaarlijkse Bronbeek-symposium, georganiseerd door de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde. Met o.a. Annet Mooij, Vilan van de Loo en Ernst Jansz.
zondag 12 november, Bibliotheek in de Broederenkerk, Zutphen
Aanbieding van de website literairzutphen.nl aan de Gemeente Zutphen.
december 2017
vrijdag 8 december, Pieterskerk, Pieterskerkhof 1a, Leiden
46ste Huizingalezing door priester, kunsthistoricus en auteur Antoine Bodar, met als titel ‘Leven alsof God bestaat’.
vrijdag 15 december, Amsterdam
Het jaarcongres van Werkgroep De Moderne Tijd, met als thema 'Mens en dier. De omgang met dieren in de Lage Landen (1780-1940)'.
toon in de agenda berichten van:
indisch-nederlandse-letterkunde

bekijk hier de uitgebreide agenda

heeft u informatie voor in de agenda? meld het de redactie
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Zacharias Henric Alewijn (1742-1788) stamde uit een vermogende Amsterdamse regentenfamilie. Hij studeerde rechten in Utrecht en vervulde sinds 1768 verschillende ambten in het bestuur en de rechtspraak van zijn geboortestad. Al in zijn studententijd beoefende hij de Nederlandse dichtkunst; later raakt hij ook geïnteresseerd in de oudere taalfasen van het Nederlands. Hij beschikte over voldoende financiële middelen om zeldzame handschriften en oude drukken aan te schaffen. Alewijn was een actief lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, die hij in 1766 mee had helpen oprichten. Hij schreef verschillende taalkundige bijdragen voor de eerste serie Werken van de Maetschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden (1772-1788). De collectie werd in 1788, bij het overlijden van Alewijn, gelegateerd aan de MdNL. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Amsterdam telde in de Middeleeuwen 22 kloosters en tussen deze kloosters was het niet altijd pais en vree. Zo weigerde St. Maria Magdalena veertien Rijnse gulden aan St. Barbara te betalen voor de helft van de loden waterafvoerpijp tussen de twee kloosters. Het stadsbestuur greep in en sprak dreigende woorden. De nonnen schrokken zich dood en betaalden, Zij legden in 1463 ten overstaan van notaris Giisbertus Reyneri een getuigenis over het voorval af, op perkament, voorzien van zijn notarismerk en in het Latijn. De dreigende woorden van het stadsbestuur werden echter letterlijk geciteerd ‘in de volkstaal’. Dit document maakt nu onderdeel uit van de collecties van de MdNL. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Dit portret van een zeer jeugdige André Jolles werd omstreeks 1883 getekend door de kunstenaar Jan Veth, op verzoek van zijn moeder, Jacoba Cornelia Jolles-Singels (die zelf ook door Veth is geportretteerd). Het kunstwerk werd tentoongesteld tijdens de expositie Een zweven over de tuinen van den geest. Leven en werk van Johan Huizinga in 1991/1992. Barbara Wackernagel-Jolles, dochter van André Jolles, schonk in 2013 dit portret aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Klik hier voor meer informatie over dit portret (website UB Leiden).
In Van den vos Reynaerde beschrijft de dertiende-eeuwse auteur Willem in gepaard rijmende verzen een klassiek conflict tussen macht en list. De canonisatie van Van den vos Reynaerde is evenwel pas in de loop van de negentiende eeuw ontstaan. Friedrich David Gräter (1768-1830) trof in de bibliotheek van Comburg een middeleeuws handschrift met Vlaamse teksten, waaronder Van den vos Reynaerde. In november 1812 verscheen deze tekst voor het eerst in druk . Het afgebeelde exemplaar maakte al vroeg deel uit de bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Toch heeft de Reynaerteditie van Gräter in Nederland niet veel weerklank gevonden. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Collectie Nicolaas Beets
Collectie Zacharias Henric Alewijn
Ruzie stadsbestuur Amsterdam en het St. Maria Magdalena-klooster
Portret André Jolles door Jan Veth
Reynaerteditie van Gräter (1812)
Collectie Nicolaas Beets