In boekhandel De Slegte in Antwerpen wordt op 8 juli aanstaande de tentoonstelling Komrij’s Kreta geopend.  Mark Schaevers zal die middag in gesprek gaan met Arie Pos, de biograaf van Komrij en gastredacteur van het speciale… lees verder…

Het Nijmeegse weekblad Het Oosten, dat van 1871 tot 1960 verscheen, is door de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief in Den Haag compleet  gedigitaliseerd. Iedereen kan deze unieke historische bron nu gratis doorbladeren op de… lees verder…

Liesje Schreuders | 18 juni 2017
Vork en zwaard

Op Youtube staat een filmpje waarin de Duitse schrijver Per Leo De donkere kamer van Damokles van Hermans aanprijst. Zijn aanprijzingen betreffen het gebrek aan een duidelijke moraal in dit ‘famous piece of Dutch literature’: ‘You can’t really tell the good from the evil.’

Leo vindt dat de verwarring die het boek bij de lezer teweegbrengt de oorlogstijd beter tot zijn recht doet komen, dan een morele aanpak had kunnen doen (‘... probably a much more appropriate way to talk about these times’).

Leo is behalve romanschrijver ook historicus, gepromoveerd en onderscheiden met de Humboldt-prijs voor zijn werk op het gebied van Joodse Studies en Antisemitisme. Zo iemand zal het wel weten, denk je dan, wat de appropriate way is to talk about these times.

Maar De donkere kamer van Damokles gaat helemaal niet over het (wel of niet) verwarrende verschil tussen goed en kwaad in de oorlog. De roman laat ook zeker niet in het midden of er in de oorlog sprake was van goed en kwaad. De roman gaat over het grimmige lot van iemand die zijn onschuld (namelijk zijn niet-fout-zijn in de oorlog) niet kan bewijzen.

 Had Leo nu maar Onder professoren gelezen. Hierin wordt al op de eerste pagina’s een morele kwestie aangekaart, namelijk ‘het verschrikkelijke probleem (...) of men moest dulden dat het Nederlandse volk in twee soorten mensen [wordt] gescheiden’.

Dokter Barend vertelt in zijn ‘eerste dagboekfragment’ hoe hij ‘aan het begin van het jaar 1941’ aarzelde of hij zichzelf als jood moest melden bij de nazi’s. Barend zet het een en ander uiteen. ‘Wie was een jood? Iemand die het joodse geloof was toegedaan? Geenszins hij alleen. Wie dan nog meer? Iemand met vier joodse grootouders. Wat waren joodse grootouders?’ Etcetera.......

juli 2017
zondag 2 juli, Frans Hals Museum, Groot Heiligland 62, Haarlem
Uitvoering in het kader van de tentoonstelling 'Barbaren en Wijsgeren: het beeld van China in de Gouden Eeuw'.
zondag 2 juli, Van 't Lindenhoutmuseum, Scherpenkampweg 58, Nijmegen
Lezing van Peter Altena ter gelegenheid van de digitalisering van weekblad 'Het Oosten'.
zaterdag 8 juli, Boekhandel De Slegte, Wapper 5, Antwerpen,
Met Mark Schaevers en Arie Pos.
augustus 2017
zaterdag 26 augustus, UvA, Amsterdam
Jaarcongres met als thema: 'Geheime Praktijken. Secreten, spionage en stiekem gedoe in de zeventiende eeuw'.
september 2017
donderdag 7 september, Zaal 011, Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, Leiden
prof. dr. Mary Kemperink met ‘Literatuur als mede-uitvinder van de homoseksuele identiteit’.
vrijdag 22 september, Klein Auditorium, Academiegebouw, Leiden
Elleke Boehmer spreekt over 'De toekomst van het postkoloniale verleden. De representatie voorbij.'
zaterdag 23 september, Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden.
Speciale middag rond de laureaten Idwer de la Parra en Alfred Birney.
december 2017
vrijdag 15 december, Amsterdam
Het jaarcongres van Werkgroep De Moderne Tijd, met als thema 'Mens en dier. De omgang met dieren in de Lage Landen (1780-1940)'.
toon in de agenda berichten van:
17e-eeuw
indisch-nederlandse-letterkunde

bekijk hier de uitgebreide agenda

heeft u informatie voor in de agenda? meld het de redactie
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Zacharias Henric Alewijn (1742-1788) stamde uit een vermogende Amsterdamse regentenfamilie. Hij studeerde rechten in Utrecht en vervulde sinds 1768 verschillende ambten in het bestuur en de rechtspraak van zijn geboortestad. Al in zijn studententijd beoefende hij de Nederlandse dichtkunst; later raakt hij ook geïnteresseerd in de oudere taalfasen van het Nederlands. Hij beschikte over voldoende financiële middelen om zeldzame handschriften en oude drukken aan te schaffen. Alewijn was een actief lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, die hij in 1766 mee had helpen oprichten. Hij schreef verschillende taalkundige bijdragen voor de eerste serie Werken van de Maetschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden (1772-1788). De collectie werd in 1788, bij het overlijden van Alewijn, gelegateerd aan de MdNL. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Amsterdam telde in de Middeleeuwen 22 kloosters en tussen deze kloosters was het niet altijd pais en vree. Zo weigerde St. Maria Magdalena veertien Rijnse gulden aan St. Barbara te betalen voor de helft van de loden waterafvoerpijp tussen de twee kloosters. Het stadsbestuur greep in en sprak dreigende woorden. De nonnen schrokken zich dood en betaalden, Zij legden in 1463 ten overstaan van notaris Giisbertus Reyneri een getuigenis over het voorval af, op perkament, voorzien van zijn notarismerk en in het Latijn. De dreigende woorden van het stadsbestuur werden echter letterlijk geciteerd ‘in de volkstaal’. Dit document maakt nu onderdeel uit van de collecties van de MdNL. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Dit portret van een zeer jeugdige André Jolles werd omstreeks 1883 getekend door de kunstenaar Jan Veth, op verzoek van zijn moeder, Jacoba Cornelia Jolles-Singels (die zelf ook door Veth is geportretteerd). Het kunstwerk werd tentoongesteld tijdens de expositie Een zweven over de tuinen van den geest. Leven en werk van Johan Huizinga in 1991/1992. Barbara Wackernagel-Jolles, dochter van André Jolles, schonk in 2013 dit portret aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Klik hier voor meer informatie over dit portret (website UB Leiden).
In Van den vos Reynaerde beschrijft de dertiende-eeuwse auteur Willem in gepaard rijmende verzen een klassiek conflict tussen macht en list. De canonisatie van Van den vos Reynaerde is evenwel pas in de loop van de negentiende eeuw ontstaan. Friedrich David Gräter (1768-1830) trof in de bibliotheek van Comburg een middeleeuws handschrift met Vlaamse teksten, waaronder Van den vos Reynaerde. In november 1812 verscheen deze tekst voor het eerst in druk . Het afgebeelde exemplaar maakte al vroeg deel uit de bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Toch heeft de Reynaerteditie van Gräter in Nederland niet veel weerklank gevonden. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Collectie Nicolaas Beets
Collectie Zacharias Henric Alewijn
Ruzie stadsbestuur Amsterdam en het St. Maria Magdalena-klooster
Portret André Jolles door Jan Veth
Reynaerteditie van Gräter (1812)
Collectie Nicolaas Beets