In mei 2018 herdenkt de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde dat 125 jaar geleden vrouwen werden toegelaten tot de Maatschappij. Al eerder waren er ereleden benoemd, zoals Geertruida Bosboom Toussaint in 1870, maar in 1893 werden de… lees verder…

Het eerste nummer van het multidisciplinaire Open Access tijdschrift Early Modern Low Countries (EMLC) staat nu online. EMLC is gewijd aan de studie van de geschiedenis en cultuur van de Lage Landen tussen 1500 en 1800. Het tijdschrift… lees verder…

Vilan van de Loo | 11 juli 2017
Met wellust grieven en smaden

Ik lees de brieven van Van Heutsz.

Voor mijn plezier.

Hij is belezen, intelligent, geestig en terzake. Het gáát ergens over. Daarbij heeft Van Heutsz temperament. Ik zie wanneer dat opvlamt, dan krast hij woorden door en maakt snoeiharde opmerkingen in de marge. Een beetje brief telt gauw tien, twintig kantjes. Hij is een schrijver. Het is proza, dat ook in de letteren thuishoort. Ik geef een enkele zin als voorbeeld:

 

“En al heb ik mij door het vele leed dat men van vele zijden getracht heeft mij aan te doen en de tegenwerking welke ik meermalen bestrijden moest, niet laten teneerslaan en al zal ik ook tot het einde toe op den ingeslagen weg blijven voortgaan, toch wil ik wel bekennen dat ik het oogenblik zal zegenen dat ik met fatsoen mijne betrekking in Indië zal kunnen neerleggen om mij uit het openbare leven geheel te kunnen terugtrekken en wat afleiding te gaan zoeken buiten het Land, welks bewoners in zoo grooten getale, de pers voorop, met zoo’n wellust getracht hebben mij te grieven en te smaden.”

 

Hier spreekt een getergd man. Het is 1908. Hij is gouverneur-generaal van Indië, benoemd door de kroon,en hij voelt zich gelasterd en belasterd over zijn bewind. Daarvoor was hij gouverneur van Atjeh. Aldoor heeft hij last van de pers, van de beperkte budgetten die hij van de regering krijgt voor zijn militaire en civiele opdracht, aldoor vecht hij tegen de bureaucratie. Dat levert dit soort zinnen op: lang, ritmisch, woorden die als een peloton op je afmacheren. Honderden, misschien wel duizenden kantjes schreef hij. Militaire literatuur, Nederlandse literatuur.

 

Nog niemand leest Van Heutsz. De man is in het verdomhoekje gezet, veroordeeld zonder proces.  Nu is hij de meest omstreden militair uit de nationale geschiedenis, bij zijn leven was hij de meest bewonderde militair.  “Eerbewijzen laten me koud,” schreef hij eerder. Nog niemand – zei ik zonet. Ik werk aan zijn biografie en ik hoop dat de uitgever wil overgaan tot een brievenuitgave. Anders doe ik het misschien zelf.  De Nederlandse literatuur kan best wat testosteronproza gebruiken. En dan heb je geen betere dan Van Heutsz.

 

www.vanheutsz.nl

augustus 2017
zaterdag 26 augustus, Doelenzaal, Universiteitsbibliotheek, Singel 425, Amsterdam
Jaarcongres met als thema 'secreten, spionage en stiekem gedoe in de zeventiende eeuw', met o.a. Djoeke van Netten, Ineke Huysman, Nelleke Moser en Henk van Nierop.
september 2017
vrijdag 1 september, Singelkerk, Singel 452, Amsterdam
Jos Biemans spreekt over ‘Boek- en bibliotheekarcheologie in de praktijk. Nieuw onderzoek naar de vroegste stadsbibliotheek van Amsterdam (ca. 1400–1632)’.
donderdag 7 september, Zaal 011, Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, Leiden
prof. dr. Mary Kemperink met ‘Literatuur als mede-uitvinder van de homoseksuele identiteit’.
vrijdag 22 september, Klein Auditorium, Academiegebouw, Leiden
Elleke Boehmer spreekt over 'De toekomst van het postkoloniale verleden. De representatie voorbij.'
zaterdag 23 september, Nicolaï-kerk, Nicolaaskerkhof 8, Utrecht
Meer dan vijftig zelfstandige uitgevers presenteren deze dag hun boeken.
zaterdag 23 september, Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden.
Speciale middag rond de laureaten Idwer de la Parra en Alfred Birney.
december 2017
vrijdag 15 december, Amsterdam
Het jaarcongres van Werkgroep De Moderne Tijd, met als thema 'Mens en dier. De omgang met dieren in de Lage Landen (1780-1940)'.
toon in de agenda berichten van:
17e-eeuw
indisch-nederlandse-letterkunde

bekijk hier de uitgebreide agenda

heeft u informatie voor in de agenda? meld het de redactie
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Zacharias Henric Alewijn (1742-1788) stamde uit een vermogende Amsterdamse regentenfamilie. Hij studeerde rechten in Utrecht en vervulde sinds 1768 verschillende ambten in het bestuur en de rechtspraak van zijn geboortestad. Al in zijn studententijd beoefende hij de Nederlandse dichtkunst; later raakt hij ook geïnteresseerd in de oudere taalfasen van het Nederlands. Hij beschikte over voldoende financiële middelen om zeldzame handschriften en oude drukken aan te schaffen. Alewijn was een actief lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, die hij in 1766 mee had helpen oprichten. Hij schreef verschillende taalkundige bijdragen voor de eerste serie Werken van de Maetschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden (1772-1788). De collectie werd in 1788, bij het overlijden van Alewijn, gelegateerd aan de MdNL. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Amsterdam telde in de Middeleeuwen 22 kloosters en tussen deze kloosters was het niet altijd pais en vree. Zo weigerde St. Maria Magdalena veertien Rijnse gulden aan St. Barbara te betalen voor de helft van de loden waterafvoerpijp tussen de twee kloosters. Het stadsbestuur greep in en sprak dreigende woorden. De nonnen schrokken zich dood en betaalden, Zij legden in 1463 ten overstaan van notaris Giisbertus Reyneri een getuigenis over het voorval af, op perkament, voorzien van zijn notarismerk en in het Latijn. De dreigende woorden van het stadsbestuur werden echter letterlijk geciteerd ‘in de volkstaal’. Dit document maakt nu onderdeel uit van de collecties van de MdNL. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Dit portret van een zeer jeugdige André Jolles werd omstreeks 1883 getekend door de kunstenaar Jan Veth, op verzoek van zijn moeder, Jacoba Cornelia Jolles-Singels (die zelf ook door Veth is geportretteerd). Het kunstwerk werd tentoongesteld tijdens de expositie Een zweven over de tuinen van den geest. Leven en werk van Johan Huizinga in 1991/1992. Barbara Wackernagel-Jolles, dochter van André Jolles, schonk in 2013 dit portret aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Klik hier voor meer informatie over dit portret (website UB Leiden).
In Van den vos Reynaerde beschrijft de dertiende-eeuwse auteur Willem in gepaard rijmende verzen een klassiek conflict tussen macht en list. De canonisatie van Van den vos Reynaerde is evenwel pas in de loop van de negentiende eeuw ontstaan. Friedrich David Gräter (1768-1830) trof in de bibliotheek van Comburg een middeleeuws handschrift met Vlaamse teksten, waaronder Van den vos Reynaerde. In november 1812 verscheen deze tekst voor het eerst in druk . Het afgebeelde exemplaar maakte al vroeg deel uit de bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Toch heeft de Reynaerteditie van Gräter in Nederland niet veel weerklank gevonden. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Collectie Nicolaas Beets
Collectie Zacharias Henric Alewijn
Ruzie stadsbestuur Amsterdam en het St. Maria Magdalena-klooster
Portret André Jolles door Jan Veth
Reynaerteditie van Gräter (1812)
Collectie Nicolaas Beets